Black Lives Matter

De dood van George Floyd is een moord die in het zicht van omstanders, waaronder ook drie andere politieagenten, is gepleegd. En dankzij de smartphone is deze brute moord ook niet onopgemerkt gebleven voor het oog van de wereld. De hele wereld is inmiddels getuige van dit disproportionele geweld met de dood tot gevolg. Wat bewoog agent Derek Chauvin om te volharden in zijn gedrag, terwijl George Floyd toch meerdere malen riep ‘I can’t breathe’? Spijtig genoeg werden dit de laatste woorden van George Floyd.

Na de tweede wereldoorlog is het besef ontstaan dat alle mensen dezelfde fundamentele rechten toekomen. Het bezwaarde geweten van met name het blanke mannelijke deel van de bevolking leidde er toe dat er mensenrechten werden opgesteld. Dit geweten werd namelijk geplaagd door de bewustwording van de eeuwenlange onterechte onderdrukking en uitbuiting van delen van de bevolking. Binnen de blanke gemeenschap betrof dit kinderarbeid en de onderdrukking van vrouwen. Maar veel kwalijker, was dit het koloniale tijdperk met de daaraan gekoppelde slavernij. De menselijke waardigheid heeft volgens de rechtsfilosoof Ronald Dworkin (1913-2013) twee belangrijke uitganspunten:

1. Ieder mensenleven is van waarde en wel van gelijke waarde.

2. Ieder mens heeft de verantwoordelijkheid om die waarde in zijn leven te manifesteren.

Het tweede uitgangspunt gaat in feite over vrijheid. Als men die ruimte voor zichzelf mag claimen - aldus redeneert hij - dan zal men die ruimte voor de ander ook moeten respecteren. Dit zijn natuurlijke mooie naoorlogse gedachten, maar het feit blijft dat we een geschiedenis met ons meedragen. Door onder andere het filosofische werk van Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau, hebben veel landen zich van hun soevereine vorst kunnen ontdoen, waardoor ze konden uitgroeien tot moderne democratieën. Echter, nog dagelijks hebben we te maken met superioriteitsgevoelens van rassen, godsdiensten, geaardheden en individuen. De fundamentele rechten, ofwel de universele rechten van de mens, zijn een farce zolang er instituties en individuen zijn die deze rechten met voeten treden.

Het handelen zonder ge-weten, dat wat Hannah Arendt 'de banaliteit van het kwaad' heeft genoemd, lijkt ook bij de moord op George Floyd een grote rol te spelen. Omdat dit politieoptreden in de VS eerder structureel dan incidenteel is, spreekt men van institutioneel racisme en institutionele discriminatie. Het zijn fenomenen geworden die voortkomen uit een cultuur, waarin veel individuele agenten zonder ge-weten handelen. De drang ergens bij te willen horen, is blijkbaar groter dan het vermogen om ethisch te handelen, groter dan het vermogen om in het moment kritisch te zijn ten aanzien van dat handelen. Daar is moed voor nodig, moed om te breken met een traditie, om te breken met de mores van een institutionele cultuur of de subcultuur van een ‘scene’.


De ‘global outrage’ ten aanzien van de moord op George Floyd, richt zich terecht op systeemfouten in de wereld. De ongelijkheid waarmee mensen bejegend worden, zit helaas diep in de cultuur van de instituties. En cultuurveranderingen zijn zeer moeilijk te bewerkstelligen, omdat cultuur zich nou eenmaal laat dicteren door de missionstatements van die instituties, deze wordt gedragen door de mensen die er werken. Op hen moet een appèl gedaan worden, opdat ze zich bewust worden van hun daden. In Nederland wil SIRE ons met de 'doeslief-campagne' bewuster maken van huftergedrag tegen hulpverleners. In het perspectief dat ik hierboven geschetst heb, denk ik dat het beter is om potentiële plegers te wijzen op hun individuele verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid.

40 keer bekeken

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com