top of page

Er is een steen verlegd

Aan de sporen kun je zien dat iemand heeft geleefd


In mijn vorige tekst over rouw probeerde ik afstand te nemen van de gedachte dat de overledene actief blijft resoneren in een ander veld. Die gedachte wilde ik niet ontkennen, omdat zij werkelijk troost kan bieden en omdat zij ook recht doet aan een ervaring die veel mensen blijkbaar hebben. Toch merkte ik dat mijn denken verschoof. Ik hoefde niet langer te veronderstellen dat de overledene zelf actief aanwezig blijft om de intensiteit van rouw serieus te nemen.

 

In die vorige tekst kwam ik uit bij de gedachte dat wat in rouw blijft resoneren vooral het patroon is dat tijdens het leven tussen mensen is ontstaan. Mensen stemmen zich op elkaar af. Zij raken opgenomen in elkaars ritme, aandacht en betekenisveld. Daardoor kan iets kleins het gevormde patroon later opnieuw laten resoneren. Een naam, een gewoonte of een geluid kan genoeg zijn. Alleen is de ander er niet meer. De levende terugkoppeling is weggevallen. Er komt geen antwoord meer. Langzaam wordt de gevoeligheid voor zulke aanslagen minder, maar het patroon dat door het gedeelde leven is gevormd, blijft bestaan.

 

Dat noemde ik de traagheid van rouw.

 

Inmiddels merk ik dat ik nog een stap verder moet zetten. Want als rouw de trage demping is van een relationeel resonantiepatroon, dan zegt rouw niet alleen iets over de dood. Zij zegt ook iets over de liefde die eraan voorafging. Rouw is dan niet alleen een reactie op verlies, maar ook een spoor van de manier waarop liefde gestalte heeft gekregen.

 

Daar begint voor mij een nieuwe vraag. Wat noemen wij eigenlijk liefde?

 

Wanneer ik hier over liefde spreek, bedoel ik niet alleen romantische liefde. Ik bedoel liefde als een brede vorm van relationele verwevenheid. Ook vriendschap, zorg of trouw kan zo in iemands ervaringsveld worden opgenomen dat het wegvallen ervan een eigen rouwspoor nalaat. Dat geldt niet alleen tussen partners, ouders en kinderen, maar ook in een klas, een team of een gemeenschap. Waar mensen langere tijd samen optrekken, ontstaat een gedeeld veld waarin ieder op zijn eigen manier meetrilt. Als iemand daaruit wegvalt, verdwijnt niet alleen een persoon. Er ontstaat ook een lege plek in het patroon dat samen werd gedragen.

 

Veel mensen komen in hun zoektocht uit bij liefde als de diepste bron van het leven. Zij zeggen dat alles liefde is. In boeddhistische taal wordt gesproken over compassie. Dat raakt aan iets wezenlijks, omdat liefde inderdaad kan openen naar verbondenheid en mededogen. Toch blijft het woord liefde voor mij schuren, omdat het gemakkelijk te veel tegelijk betekent. Zij kan ontvankelijk zijn, maar ook bezittend. Zij kan de ander laten verschijnen, maar ook vastzetten. Zij kan vrijlaten, maar ook annexeren. Juist daarom moet ik preciezer kijken naar de vorm die liefde aanneemt. Niet alleen liefde in het algemeen is hier beslissend, maar vooral de concrete wijze waarop mensen in elkaars ervaringsveld verweven zijn geraakt. Juist die verwevenheid geeft het rouwspoor zijn eigen vorm.

 

Daarom lijkt het mij te eenvoudig om te zeggen dat rouw uit liefde voortkomt, alsof liefde één duidelijke ervaring zou zijn. Filosofisch is dat te grof. Rouw ontstaat niet uit liefde als algemeen gevoel, maar uit de specifieke vorm waarin liefde als relationele verwevenheid heeft bestaan. Die gedachte werd voor mij belangrijk. Liefde is geen enkelvoudige ervaring. Zij bestaat uit verschillende componenten die elk anders doorwerken wanneer de ander wegvalt. Zo wordt liefde preciezer verstaan, als een specifieke vorm van verwevenheid die na het wegvallen van de ander zijn eigen rouwspoor nalaat.

 

Daarmee verandert ook het beeld van rouw. Rouw is geen enkelvoudige curve die bij iedereen op dezelfde hoogte begint en daarna langzaam daalt. De beginhoogte verschilt al. Het verlies van iemand die diep in het eigen ervaringsveld was opgenomen, begint anders dan het verlies van iemand die verder weg stond. Ook de demping verschilt. In een dagelijks gedeeld leven verzwakt het patroon langzamer dan in een band die minder vaak werd aangeslagen. En ook de pieken verschillen. Soms is een foto genoeg, soms een geur, een naam of een feestdag. Het gevormde patroon kan telkens opnieuw oplichten, maar de aanleiding en de intensiteit verschillen per mens en per relatie. Zo wordt rouw een samengesteld spoor. Het patroon is in het verleden ontstaan, maar blijft werkzaam in het actuele moment.

 

Daarmee raakt rouw aan wat ik eerder NU-duur heb genoemd. Wat voorbij is, keert niet terug als werkelijkheid. Toch kan het verleden ongewild meetrillen in wat nu wordt ervaren. Soms gebeurt dat als warme restresonantie, soms als gemis. Maar waar het verleden zich vult met wat niet gezegd, niet gedaan of niet meer mogelijk is, wordt rouw ook verbeeldingslast. Dan klinkt in het actuele moment niet alleen mee wat zich nu aandient, maar ook wat in het gedeelde leven gevormd is en geen antwoord meer kan krijgen. Zo wordt het NU in rouw geïntensiveerd door het voortwerken van het gedeelde leven, maar vaak ook bezwaard door wat in die verhouding onvoltooid is gebleven. Rouw krijgt daardoor niet de vorm van één enkele emotie. Verdriet is één van de manieren waarop rouw zich toont, maar zij kan ook verschijnen als weemoed, leegte of toekomstverlies.

 

Tegen deze achtergrond wordt ook de vraag naar onze relaties scherper. Misschien laat rouw zien dat wij relaties niet altijd goed begrijpen. Wij denken vaak vanuit twee autonome individuen die elkaar kiezen, vasthouden of loslaten. Maar een relatie begint niet bij twee zelfstandige ego’s. Zij ontstaat in een veld waarin mensen gaandeweg in elkaars ervaring gaan meetrillen. Liefde is dan in de eerste plaats verwevenheid. Juist daarom kan zij pijn doen. Wie iemand werkelijk toelaat, laat die ander meedoen in de eigen NU-duur. Daardoor wordt het leven rijker, maar ook kwetsbaarder.

 

Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Verwevenheid kan ook worden toegeëigend. Dan wordt de ander niet alleen bemind, maar ook opgenomen in het verhaal waarmee het ego zichzelf overeind houdt. De ander wordt dan bewijs van eigenwaarde, bestaansgrond of identiteit. Wanneer die ander wegvalt, ontstaat boven op het gemis een tweede last. Iemand verliest dan niet alleen de ander, maar ook het verhaal waarin het eigen ik zich had vastgezet.

 

Tegen die achtergrond wordt ook de vraag naar onze huidige liefdesvormen belangrijk. In volwassen relaties wordt tegenwoordig bijzonder veel in één persoon geconcentreerd. Waar bedding vroeger vaker verdeeld was over familie, gemeenschap en vaste levensvormen, komt nu veel meer gewicht op de partnerrelatie te liggen. De partner is niet alleen degene van wie iemand houdt, maar vaak ook degene bij wie het lichaam thuiskomt en met wie het dagelijks leven en de toekomst vorm krijgen. Daardoor verandert de kwaliteit van de relatie. Zij wordt een verdichte bestaansvorm waarin liefde, veiligheid, gewoonte en richting samenkomen. Wanneer zo’n partner wegvalt, verdwijnt niet alleen een geliefde. Er valt een hele ordening weg waarin het leven vanzelfsprekend kon doorgaan.

 

Daarmee is nog niet alles gezegd over de vorm die liefde aanneemt. Liefde krijgt telkens een andere gestalte door de plaats die iemand in het bestaan van de ander inneemt. Een kind, een ouder, een partner of een vriend laat niet hetzelfde spoor na, omdat elke verhouding een eigen ordening kent. Bij het overlijden van een kind wordt vooral de toekomst geraakt die al in het actuele NU van de ouder meeleefde. Bij een ouder kan een laag van oorsprong, bedding en levensgeschiedenis wegvallen. Bij een partner raakt het verlies vaak aan het dagelijkse ritme waarin het bestaan vorm kreeg. Relationele positie is daarom geen bijkomstigheid. Zij kleurt alle andere componenten van liefde en bepaalt welke laag van het bestaan door het verlies het sterkst wordt geraakt. Het rouwspoor wordt dus niet alleen gevormd door hoeveel liefde er was, maar door hoe die liefde het bestaan had meegevormd.

 

Rouw is het samengestelde spoor dat liefde nalaat wanneer de levende wederkerigheid wegvalt.

 

Die formulering helpt mij, omdat zij rouw niet tot een stoornis maakt, niet tot een fase en niet tot iets dat verwerkt moet worden alsof het daarna klaar is. Rouw laat zien dat mensen elkaar werkelijk vormen. Wanneer iemand sterft, verdwijnt niet alleen een persoon uit de wereld. Er verandert ook iets in het patroon waarin de achterblijvende verder leeft. Misschien is dat uiteindelijk de meest eenvoudige en tegelijk meest pijnlijke gedachte. De dode mist zichzelf niet. De levende mist de dode. De dood is voor de stervende het einde van persoonlijke ervaring. Voor wie achterblijft, blijft een gevormde afstemming doorwerken zonder levende wederkerigheid. Daarom is rouw nooit één ding. Zij is het complexe spoor van alles wat in een gedeeld leven vorm heeft gekregen en na de dood zonder antwoord verder moet klinken. Uit de manier waarop iemand rouwt, valt dan ook geen betrouwbare duiding af te leiden van de kwaliteit van de relatie. Rouw is geen maatstaf voor liefde, maar het spoor van een verwevenheid die haar levende antwoord is kwijtgeraakt.

 

De steen (Bram Vermeulen)

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.

Het water gaat er anders dan voorheen.

De stroom van een rivier hou je niet tegen.

Het water vindt altijd een weg omheen.

...

Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.

Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,

ik leverde bewijs van mijn bestaan.

Omdat, door het verleggen van die ene steen,

de stroom nooit meer dezelfde weg kan gaan.

1 opmerking

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
Gast
02 jul
Beoordeeld met 5 uit 5 sterren.

Wat een mooie,goed geanalyseerde en ware beschrijving: hoewel ikzelf Nu niet met verlies te maken heb, kan ik met deze woorden, me voorbereiden op een mogelijk verlies, en de ware contacten, die er nu zijn, meer gehalte geven; ik bedoel meer waarderen.

Like

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page