top of page

In de afgelopen jaren heb ik de stamboom van zowel de familie Cornelisse, als de familie Kooijman volledig uitgewerkt. Onder het motto ‘Individuen komen en gaan, maar familie blijft altijd bestaan.’, heb ik inmiddels meer dan 20.000 personen in deze stamboom ondergebracht. De stamboom van de familie Cornelisse is in 2016 in boekvorm verschenen. Er zijn nog twee exemplaren te koop. De stamboom van de familie Kooijman is in 2021 in boekvorm verschenen. Er zijn nog twaalf exemplaren te koop. Bij belangstelling kun je mij een mailtje sturen met je NAW-gegevens. De kosten zijn €20 per boek en €25 inclusief verzendkosten.

Mijn vader - Jacques Theodorus Cornelisse - hield zich in zijn vrije tijd bezig met wiskunst en modelbouw. In het filmpje hieronder kun je een impressie van zijn werk krijgen.

De tot nu toe oudst bekende voorvader met de naam Cornelisse is Jacobus Cornelisse. Hij is geboren omstreeks 1708. en is getrouwd met Geertruij Sneep. Gedurende elf generaties is zijn achternaam ‘doorgegeven’.

20190807_114627.jpg
IMG_0428.JPG

Op deze foto staan Jacques Cornelisse en Berthy Kooijman met hun nazaten. Deze foto is gemaakt in 2011. Inmiddels zijn er ook acht achterkleinkinderen.

Juul Sophie Witteman*15 april 2013

Ot Senna Witteman *20 mei 2017

Dex Willem Cornelisse *26 juni 2014

Siebrand Marcus (Siep) Frankes *26 mei 2021

Fiene Saar van den Berg *31 mei 2021
Berend Nicolaas (Beer) Frankes *23 februari 2024

Mats Frankie van den Berg *14 mei 2024
Sofie Isabella Helena van Lith * 29 november 2024

Bart Cornelisse1.jpg
Willempje van Brummelen retouched 2a.jpg
Bart Cornelisse retouched 2.jpg
Willempje van Brummelen1.jpg

Gerestaureerde portretfoto van Bart Cornelisse (1864-1939) en Willempje van Brummelen (1867-1944). Bart & Willempje zijn mijn overgrootouders. De foto's zijn gerestaureerd door Paul van Baardwijk, eigenaar van Studio Retouched.

Dirk Kooijman - mijn overgrootvader - is vanaf 1894 tot 1933 eigenaar geweest van stalhouderij Ballegooijen in Dordrecht. Deze advertentie stond in 1894 in de krant.

veiling stalhouderij.jpg
kaft.png
IMG_20150331_0049.jpg
IMG_20150402_0009.jpg

In 1886 viel de zevenjarige Martinus van der Wiel tijdens het vissen in de Voorstraathaven in Dordrecht in het water. Dirk Kooijman aarzelde niet. Hij sprong volledig gekleed het water in en wist de jongen te redden. De Dordrechtsche Courant vond het voorval de volgende dag een vermelding waard.

Generaties lang verdiende de familie Cornelisse haar brood aan rood. De rode kleur kwam uit de wortels van meekrap, een gewas dat eeuwenlang op de Zeeuwse eilanden werd verbouwd. Na de oogst brachten boeren de lange wortels naar een meestoof, waar arbeiders ze droogden, zuiverden en tot een fijn rood poeder verwerkten.

Het was zwaar en gespecialiseerd werk. Een stamper werkte in het stamphuis, waar zware houten stampers de gedroogde wortels verbrijzelden. Het stampen gebeurde van oudsher in de nacht, omdat daglicht de kleur kon aantasten. Overal hing meekrapstof. Verderop brandden de ovens waarop de wortels werden gedroogd. Boven dit hele proces stond de droger. Hij moest precies weten hoe ver de wortels waren gedroogd en bepaalde daarmee voor een belangrijk deel de kwaliteit van het eindproduct.

In de familie Cornelisse werd dat vak doorgegeven. Leendert Cornelisse, geboren in 1771, werkte als droger. Zijn zoon Pieter, geboren in 1801, begon als stamper en klom eveneens op tot droger. In 1827 trok hij met zijn vrouw en kinderen naar Elkerzee, waar zij in of vlak naast meestoof De Zee woonden.

Van Pieter weten we zelfs wat hij verdiende. In 1842 ontving hij 400 gulden en 60 cent. Een gewoon salaris kreeg hij niet. Voor iedere 1000 pond verwerkte meekrap betaalde de meestoof hem 4 gulden. Hoe meer meekrap er door de stoof ging, hoe hoger zijn inkomen werd. Voor die tijd verdiende hij daarmee als geschoolde vakman aanzienlijk meer dan een gewone landarbeider.

Ook zijn zoon Jacob bleef de meekrap trouw. Eerst werkte hij als droger bij De Koe in Haamstede. Vanaf 1869 leidde hij het droogproces bij De Zeeuw in Burgh. Waarschijnlijk leek er op dat moment nog weinig reden om het familieberoep op te geven.

Maar buiten Zeeland voltrok zich een revolutie die Jacob niet kon tegenhouden. Duitse chemici slaagden erin de rode kleurstof van meekrap kunstmatig te vervaardigen. De nieuwe kleurstof werd goedkoper geproduceerd en leverde een beter en gelijkmatiger resultaat. Binnen enkele jaren zakte de markt voor de eeuwenoude Zeeuwse meekrap in.

Rond 1875 begonnen de meestoven hun betekenis te verliezen en verdwenen arbeidsplaatsen. In september 1876 nam Jacob een ingrijpend besluit. Hij verliet met zijn gezin Burgh en trok naar Kralingen. Twee maanden later woonde het gezin in Capelle aan den IJssel. Vanaf 1888 vinden we Jacob terug aan de Breedestraat in Rotterdam.

Zijn zoon Bart had de ondergang van het oude familieberoep als jongen meegemaakt. Hij was bijna twaalf toen het gezin Zeeland verliet. Hij werd geen stamper en ook geen droger. Bart werd ketelmaker en koperslager en zou de rest van zijn leven met Rotterdam verbonden blijven.

Zo vertelt deze ene familielijn veel meer dan alleen wie waar werd geboren en overleed. Zij laat zien hoe een eeuwenoud ambacht binnen enkele jaren door nieuwe technologie werd weggevaagd. Waar Jacob nog tussen de geur, de hitte en het rode stof van de meekrap werkte, verdiende zijn zoon zijn brood tussen koper, ketels en metaal. De chemische revolutie maakte een einde aan hun oude bestaan, maar zij bracht de Cornelisses uiteindelijk ook naar Rotterdam.

De naam Kooijman lijkt rechtstreeks uit het landschap van de Kop van ’t Land te zijn voortgekomen. Op een kaart uit 1592 staat daar al een eendenkooi met vier vangpijpen. In 1611 is de kooi uitgebreid en lijkt er zelfs een tweede kooiplas te zijn aangelegd. Opmerkelijk genoeg woont op ongeveer diezelfde plek nog altijd een familie Kooijman. Zo lijkt de familienaam al meer dan vier eeuwen verbonden te zijn met dezelfde omgeving.

Rond 1700 ontstond binnen de familie een raadselachtige splitsing. De tweelingbroers Eldert en Cornelis werden in 1672 geboren, maar hun nakomelingen gingen verschillende familienamen dragen. De kinderen van Eldert bleven Kooijman heten, terwijl de kinderen van Cornelis zich Kooij gingen noemen. Nog opvallender is dat Cornelis geen enkele zoon naar zijn vader Arien vernoemde, terwijl vernoeming in die tijd heel gebruikelijk was. Mogelijk waren vader en zoon gebrouilleerd, maar waarom de naam Kooij uiteindelijk ontstond, blijft tot op heden een genealogisch raadsel.

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page