top of page
Voor de geboorte overheerst onbegrensde ruimtelijkheid.
Er is geen lokaal perspectief en geen sequentiële tijd.
De onzekerheid qua plaats (Δx) nadert oneindig.
De onzekerheid qua tijd (Δt) nadert nul.
Met de geboorte vernauwt het bewustzijn tot een belichaamd perspectief.
Er ontstaat een hier en nu.
Ervaring wordt lokaliseerd (Δx wordt klein).
Tijd ontstaat door de opeenvolging van momenten (Δt wordt groot)
Tijdens het leven blijft deze lokalisatie en temporisatie dynamisch (Δx∙Δt ≥ Λ/2).
Aan het einde verdwijnen de lokalisatie en de opeenvolging van NU-momenten.
Wat persoonlijk verscheen, keert terug in het veld dat het altijd droeg.
bottom of page
