De eclips onttroont een illusie
Wie naar een volle maan kijkt, ziet een hemellichaam dat zo helder kan stralen dat het bijna vanzelfsprekend lijkt dat het licht bij de maan zelf hoort. Het licht verschijnt immers op haar oppervlak en bereikt ons vanuit haar richting. Toch weten we dat de maan niet haar eigen licht produceert. Zij ontvangt het licht van de zon en weerkaatst het. Wat wij als maanlicht ervaren, verschijnt werkelijk via de maan, maar de maan vormt daarvan niet de oorsprong.
Juist daarin herken ik iets van onze ervaring van de vrije wil. Binnen mijn filosofie vormt het persoonlijke bewustzijn het ervaringscentrum waarin zintuiglijke en transcendente ontvankelijkheid onafscheidelijk samenkomen. Via de zintuiglijke ontvankelijkheid bereikt ons de lichamelijke en waarneembare werkelijkheid, terwijl via de transcendente ontvankelijkheid betekenis, waarde, richting en samenhang binnen diezelfde ervaring tot actualiteit komen. Uit die voortdurende samenkomst ontstaat onze concrete persoonlijke ervaring, waarin gedachten opkomen, verlangens ontstaan en beslissingen zich vormen.
Omdat dit alles in mij tot stand komt en vanuit mijn ervaringscentrum wordt beleefd, interpreteer ik het vrijwel vanzelf als iets wat door mij tot stand is gebracht. Daar ontstaat volgens mij de fundamentele vergissing. Het ego eigent zich toe wat binnen het persoonlijke bewustzijn ontstaat en beschouwt zichzelf vervolgens als de autonome oorsprong ervan. Een gedachte, een verlangen of een beslissing komt werkelijk in mij tot stand, maar niet door mij als een zelfstandig ego dat vanuit zichzelf bepaalt wat het denkt, verlangt en besluit. Zoals de maan de schijn wekt een zelfstandige lichtbron te zijn, zo eigent de mens zich wat binnen zijn ervaring opkomt toe als voortgebracht door zijn vermeende autonomie.
De zonsverduistering van afgelopen week gaf aan die gedachte voor mij nog een bijzondere wending. De maan schoof voor de zon en bleek haar bijna precies te kunnen bedekken. Dat gegeven is op zichzelf al verbazingwekkend. De zon heeft een diameter die ongeveer vierhonderd keer zo groot is als die van de maan, maar zij staat ook ongeveer vierhonderd keer zo ver van ons vandaan. Daardoor lijken beide hemellichamen vanaf de aarde bijna precies even groot. De maan had aan onze hemel gemakkelijk veel groter of veel kleiner kunnen lijken, maar juist deze bijzondere verhouding maakt een totale zonsverduistering mogelijk.
Tijdens zo’n eclips verandert bovendien ons vertrouwde beeld van de lichtgevende maan volledig. Dezelfde maan die wij bij volle maan helder zien stralen, verschijnt nu als een donkere schijf voor de werkelijke lichtbron. De zon wordt weliswaar aan ons zicht onttrokken, maar juist daardoor wordt zichtbaar dat de maan nooit zelf de bron van haar licht is geweest. Zij kan alleen schitteren doordat zij licht van de zon weerkaatst.
Daarmee maakt de eclips binnen deze metafoor zichtbaar wat de volle maan gemakkelijk verborgen houdt. Wat vanuit een bepaald centrum verschijnt, hoeft daar nog niet zijn oorsprong te vinden. Onze persoonlijke ervaring vormt daarbij geen illusie. De illusie ontstaat wanneer het ego zich toe-eigent wat in die ervaring tot stand komt en zichzelf vervolgens als autonome oorsprong beschouwt.
Wie aan die autonome vrije wil blijft vasthouden, lijkt vanuit deze metafoor uiteindelijk op iemand die, nadat hij de donkere maan voor de zon heeft gezien, blijft volhouden dat de maan haar eigen licht voortbrengt.
Opmerkingen