top of page

De paradox van het bekende

4 dagen geleden
7 minuten om te lezen

De afgelopen tijd vroegen verschillende mensen mij wat ik eigenlijk bedoel wanneer ik spreek over gestolde patronen. Die vraag is terecht, omdat zulke patronen zich meestal juist aan onze aandacht onttrekken. Zij maken het dagelijks leven overzichtelijk en snel. Dankzij eerdere ervaringen, gewoonten, taal en culturele vormen hoeven wij niet iedere situatie helemaal opnieuw te doorgronden. Wij herkennen wat er gebeurt en komen daardoor sneller tot handelen. In die zin vormen deze patronen geen tekort, maar een noodzakelijke voorwaarde voor ons functioneren. Precies daarin schuilt echter ook hun risico. Hoe sneller een situatie als herkenbaar verschijnt, hoe groter de kans dat de ervaring zich al langs bekende lijnen ordent voordat andere mogelijkheden werkelijk kunnen mee resoneren. Het patroon verkort dan wel de responstijd, maar kan tegelijk de ervaringsdynamiek sterk reduceren.

 

Daar ontstaat de paradox die mij hier interesseert. Hetzelfde patroon dat ons helpt om snel en adequaat te reageren, kan ons vermogen beperken om werkelijk open te blijven voor wat zich in het huidige moment aandient. Een gestold patroon staat daarbij niet tegenover de ervaring en dringt haar ook niet achteraf binnen. Het doet vanaf het begin mee in wat wij waarnemen, voelen, denken en doen. Het kleurt wat opvalt, welke betekenis iets krijgt en welk handelen waarschijnlijk wordt. Zonder patronen zouden wij nauwelijks kunnen functioneren, maar wanneer hun ordening te dominant wordt, kan het herkenbare het nieuwe gaan overvleugelen. Dan verliezen wij niet onze ervaring, maar wel een deel van haar beweeglijkheid.

 

Een van de duidelijkste vormen waarin zulke patronen zichtbaar worden, ligt besloten in het woord behoren. Een goede zoon behoort zijn moeder te bezoeken, een vader behoort sterk te zijn, een kind behoort dankbaar te zijn en een fatsoenlijk mens behoort zich op een bepaalde manier te gedragen. De wat bekakte uitdrukking ‘zo heurt het ’ vat dat bijna komisch samen. Zulke opvattingen maken deel uit van wat wij beschaving noemen en zijn daarmee niet zonder betekenis. Zij geven richting aan ons handelen en maken het samenleven voorspelbaar. Toch kan juist het behoren gemakkelijk verharden. Wat ooit als bruikbare sociale vorm ontstond, kan dan zo vanzelfsprekend worden dat nauwelijks nog wordt ervaren of het in een nieuwe concrete situatie werkelijk passend is. Iemand blijft vriendelijk terwijl verzet zich aandient, houdt vast aan een rol die allang niet meer past of voelt schuld zodra hij een noodzakelijke grens stelt. Niet omdat hij bewust voor dat patroon kiest, maar omdat het behoren inmiddels is gaan meeklinken in de wijze waarop de situatie zelf wordt ervaren.

 

Daarmee komt vrijheid in een ander licht te staan. Vrijheid is niet het vrijelijk kunnen kiezen, maar kunnen resoneren in situaties die zich aandienen. Die vrijheid veronderstelt geen autonoom ik dat buiten de ervaring staat en vervolgens beslist wat het ermee zal doen. Denken, voelen en handelen ontstaan binnen dezelfde ervaringsdynamiek waarbinnen ook het ik verschijnt. Toch blijft vrijheid een zinvol begrip wanneer zij verwijst naar de mate waarin ervaring open kan blijven voor wat zich daadwerkelijk voordoet. Gestolde patronen beperken die vrijheid niet doordat zij onze keuzes bepalen, maar doordat zij mede bepalen hoeveel van een nieuwe situatie nog werkelijk tot ons kan doordringen.

 

Binnen mijn filosofie ontstaat iedere ervaring uit de interferentie tussen zintuiglijke ontvankelijkheid en transcendente ontvankelijkheid. Vanuit de zintuiglijke ontvankelijkheid dient de concrete situatie zich aan, terwijl vanuit de transcendente ontvankelijkheid betekenissen, waarderingen, herinneringen en samenhangen meeklinken. Ook gestolde patronen behoren tot die interferentie. Zij vormen geen afzonderlijke laag die zich later over de ervaring heen legt, maar doen vanaf het begin mee in de manier waarop iets verschijnt. Naarmate zulke patronen sterker zijn gestold, krijgt een vertrouwde ordening binnen die interferentie steeds meer gewicht. Het nieuwe wordt dan niet buitengesloten, maar kan door het reeds vertrouwde worden overruled. Juist daarin ligt de vernauwing van de ervaringsdynamiek.

 

Een kind kan bijvoorbeeld leren dat aanpassen veiliger is dan zichzelf zichtbaar maken. Het leert stemmingen lezen, spanning vroeg herkennen en gedrag afstemmen op wat de omgeving nodig lijkt te hebben. Het kiest daar niet vrijelijk voor. Signalen van mogelijke afwijzing, spanning of onveiligheid krijgen gaandeweg zoveel gewicht dat zij steeds sterker bepalen hoe een situatie wordt ervaren en welk gedrag daaruit voortkomt. Zo'n patroon kan aanvankelijk zeer functioneel zijn geweest. Misschien voorkwam het conflict of bood het veiligheid. Stolling kan daarom beginnen als geslaagde afstemming. Het probleem ontstaat wanneer dezelfde ordening blijft functioneren nadat de omstandigheden veranderd zijn. De volwassene kan dan in een veilige relatie nog steeds voortdurend de stemming van de ander scannen en zichzelf aanpassen. Het oude resonantiepatroon is zo dominant geworden dat de nieuwe situatie onvoldoende verschil kan maken.

 

Het beeld van de kameleon kan hier juist helpen om het tegenovergestelde van stolling zichtbaar te maken. De kameleon reageert voortdurend op wat zich in zijn omgeving aandient en verandert mee met de situatie. In die zin verbeeldt hij momentane resonantie. Ook bij mensen kan een situatie telkens opnieuw een andere verhouding tussen zintuiglijke ontvankelijkheid en transcendente ontvankelijkheid oproepen. Angst, nabijheid, terughoudendheid, irritatie of verlangen kunnen daarbij ieder hun eigen gewicht krijgen. Een gestold patroon vernauwt juist die beweeglijkheid. De actuele situatie blijft wel binnenkomen, maar de vertrouwde ordening krijgt zoveel gewicht dat zij het nieuwe gemakkelijk overrulet. Vrijheid bestaat dan niet in het kiezen van een andere kleur, maar in het vermogen om voldoende open te blijven voor de kleur die de situatie op dat moment oproept.

 

Ook het geweten krijgt vanuit deze gedachte een andere betekenis. Het vormt geen verzameling voorschriften en evenmin een innerlijke rechter die vertelt wat wij behoren te doen. Het geweten kan zich aandienen vanuit de vrije interferentie tussen zintuiglijke ontvankelijkheid en transcendente ontvankelijkheid. Toch staat ook het geweten niet buiten onze geschiedenis. Het kan vervuild raken met normen en begrippen die uit gestolde patronen voortkomen. Schuldgevoel kan bijvoorbeeld worden ervaren als moreel signaal terwijl vooral een oud patroon van gehoorzaamheid of zelfopoffering meespeelt. Juist daarom is onderscheidingsvermogen nodig.

 

De oude christelijke traditie gebruikte daarvoor het begrip diakrisis. De woestijnvaders en -moeders ontdekten dat gedachten, verlangens en impulsen zich krachtig kunnen aandienen zonder dat zij daarom vanzelfsprekend gevolgd hoeven te worden. Binnen mijn filosofie vormt diakrisis echter geen instrument waarmee een vrij ik alsnog de juiste beslissing neemt. Ook het onderscheiden voltrekt zich namelijk binnen de ervaring. Er verschijnt besef. Wanneer iemand beseft dat zijn irritatie niet alleen met de huidige situatie samenhangt, ontstaat geen vrij keuzemoment buiten de causaliteit. Wel verandert de ervaring zelf, omdat het besef vanaf dat moment meespeelt. Een gestold patroon dat volkomen vanzelfsprekend werkzaam was, begint door dat besef weer fluïde te worden.

 

Husserl biedt hiervoor het begrip sedimentatie. Wat ooit nieuw was, bezinkt en kan later vanzelf functioneren. Dat maakt het leven mogelijk, maar juist daardoor kan een bepaalde ordening ook uit het zicht verdwijnen en voor de werkelijkheid zelf worden aangezien. Heidegger beschrijft met das Man hoe gemakkelijk wij opgaan in wat men doet, vindt en verwacht. Sartre laat met mauvaise foi zien hoe iemand volledig met zijn rol kan samenvallen, waardoor een wijze van functioneren tot identiteit stolt. Bij Nietzsche krijgt dit vraagstuk nog een andere lading. De mens vormt bij hem geen autonoom centrum dat zijn driften bestuurt, maar een krachtenveld waarin driften, verlangens en waarderingen om voorrang strijden. De sterke mens onderdrukt die krachten niet, maar geeft hun stijl. In Nietzsches Selbstüberwindung verliezen bestaande ordeningen hun vanzelfsprekendheid en kunnen nieuwe verhoudingen tussen die krachten ontstaan. Ook de Übermensch hoeft dan niet te worden opgevat als iemand met een buitengewoon sterke vrije wil, maar als de mens bij wie geërfde waarderingen niet langer vanzelf spreken en een Umwertung aller Werte mogelijk wordt.

 

Bij Hannah Arendt krijgt hetzelfde probleem een maatschappelijke en morele dimensie. Haar banaliteit van het kwaad laat zien wat er kan gebeuren wanneer handelen volledig binnen bestaande structuren blijft plaatsvinden en het actieve denken onvoldoende ruimte krijgt. Gedachteloosheid betekent daarbij niet dat iemand letterlijk niet denkt. Iemand kan uitstekend organiseren, rekenen en procedures uitvoeren. Wat ontbreekt, is het momentane actieve denken waarin het vanzelfsprekende opnieuw tot vraag kan worden. Veel gestolde patronen vernauwen op vergelijkbare wijze de ervaring. Daardoor stokt de ervaringsdynamiek en krijgt het actieve denken minder ruimte. Het gevaar ontstaat wanneer zulke vormen zo sterk stollen dat de concrete werkelijkheid van andere mensen nauwelijks nog gewicht krijgt. Zo kan hetzelfde mechanisme zich uitstrekken van zo heurt het tot morele blindheid.

 

Daarmee wordt ook duidelijk waarom beschaving zo dubbelzinnig is. Normen, rollen en gewoonten verschaffen reeds gevormde handelingswijzen die ons in staat stellen snel en op anderen afgestemd te reageren. Tegelijk bestaat er altijd een faseverschil tussen zo’n bestaande ordening en haar actualisatie in het huidige NU. De handelingsvorm is immers al gevormd, terwijl de situatie waarin zij werkzaam wordt telkens nieuw is. Dat faseverschil vormt op zichzelf geen probleem, zolang de actuele ervaring voldoende kan terugwerken op de bestaande ordening. Juist daarin blijft zij levend en responsief. Stolling ontstaat wanneer die terugwerking verzwakt en de bestaande vorm zich steeds minder laat modificeren door wat zich in het NU aandient. Beschaving beschermt dan niet langer alleen het samenleven, maar kan ook een vertrouwde werkelijkheid in stand houden die steeds minder door de actuele ervaring wordt gecorrigeerd.

 

Hoe kunnen wij dat bij onszelf herkennen? Niet door een objectieve test, maar door ons onderscheidingsvermogen te scherpen. Formuleringen als ik moet, zo hoort het, dat is altijd zo, dat gebeurt nooit of zo ben ik nu eenmaal kunnen erop wijzen dat een patroon zijn vanzelfsprekendheid heeft versterkt. Ook kan stolling zichtbaar worden wanneer zeer verschillende situaties telkens dezelfde reactie oproepen of wanneer wij precies menen te weten hoe onze partner is, hoe ons kind reageert of wat een goede vader behoort te doen. Dan kan één vraag bijzonder verhelderend worden. Kan deze situatie mij nog verrassen? Daarop volgt een tweede vraag. Kan wat zich nu aandient mijn bestaande patroon nog veranderen?

 

Deze vragen leveren geen vrije keuze op. Zij maken zichtbaar wat er meespeelt. Daarin ligt de betekenis van diakrisis. Zodra een gestold patroon als zodanig zichtbaar wordt, verliest het iets van zijn vanzelfsprekendheid en begint daarmee reeds een eerste fluïdisering. Wij kunnen onze geschiedenis niet uitwissen en onszelf niet buiten onze bepaaldheid plaatsen. Dat hoeft ook niet, want juist dankzij bestaande patronen kunnen wij snel herkennen en handelen. Het probleem ontstaat pas wanneer die patronen zo dominant worden dat het nieuwe nauwelijks nog gewicht krijgt. Fluïdisering betekent daarom niet dat patronen volledig verdwijnen, maar dat zij opnieuw beïnvloedbaar worden door de actuele ervaring. Daarmee wordt de paradox niet opgeheven, maar bewoonbaar. Wij blijven aangewezen op patronen die ons handelen mogelijk maken, terwijl ons onderscheidingsvermogen kan voorkomen dat het herkenbare het nieuwe voortdurend overrulet. Vrijheid ligt dan niet buiten onze bepaaldheid, maar in het vermogen om binnen die bepaaldheid te blijven resoneren met situaties die zich aandienen.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page