top of page

De sabbat als overgave

Wij leven in een cultuur waarin arbeid niet alleen een economische functie vervult, maar ook een existentiële rol heeft gekregen. Werk bepaalt in hoge mate wie iemand is, hoe iemand zichzelf begrijpt en welke plaats iemand inneemt in het sociale geheel. Op de vraag wie iemand is, volgt vaak niet een beschrijving van karakter, liefde, aandacht of innerlijke gerichtheid, maar een functietitel. De mens verschijnt daarmee niet alleen als iemand die werkt, maar als iemand die zich via arbeid moet legitimeren. In die verschuiving ligt een fundamenteel probleem besloten.

 

De moderne mens leeft niet eenvoudigweg om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij leeft steeds meer onder de impliciete opdracht om zichzelf te vormen, te optimaliseren, te bewijzen en zichtbaar te maken. Arbeid functioneert daarbij als het centrale medium waarin deze opdracht concreet wordt. Wie werkt, telt mee. Wie productief is, heeft waarde. Wie presteert, mag bestaan. Het gevolg is dat arbeid zich niet meer beperkt tot wat iemand doet, maar zich nestelt in wat iemand over zichzelf gelooft. Het ik raakt verknoopt met functie, prestatie en nut.

 

Vanuit mijn filosofie moet deze ontwikkeling niet uitsluitend sociaal of economisch worden gelezen. Zij raakt aan een dieper mensbeeld. De moderne cultuur verstaat de mens in belangrijke mate als autonoom centrum van handelen, keuze en controle. De mens moet richting geven aan zijn leven, zichzelf ontwerpen, zijn potenties realiseren en verantwoording afleggen voor wat hij van zichzelf gemaakt heeft. In dat mensbeeld verschijnt bestaan niet als gegevenheid, maar als project. De mens moet zichzelf dragen. Juist daar begint de uitputting.

 

Wat hier ontstaat, is wat Alain Ehrenberg kernachtig 'de vermoeidheid van jezelf zijn'  heeft genoemd. De moderne mens lijdt niet meer in de eerste plaats onder verboden en geboden die hem van buitenaf worden opgelegd, maar onder de druk zichzelf voortdurend te realiseren. Deze uitputting staat bovendien niet los van een maatschappelijke ontwikkeling, waarin sociale verbanden verzwakken en de mens steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Niet alleen het individu raakt overbelast, ook de bedding die bescherming, ritme en samenhang bood, verliest haar draagkracht.

 

Wanneer de mens zichzelf primair begrijpt als maker van zijn leven, wordt arbeid haast vanzelf tot morele plicht. Niet alleen omdat er geld verdiend moet worden, maar omdat arbeid de zichtbare vorm wordt van zelfbevestiging. Werk verleent status, ritme en erkenning. Het biedt een kader waarin de mens ervaart dat hij ertoe doet. Daarom is werkloosheid voor velen zo ontwrichtend. Niet alleen het inkomen valt weg, maar ook een dragende structuur van identiteit. De werkloze verliest in het huidige bestel niet slechts zijn baan, maar dreigt ook zijn bestaansrecht kwijt te raken. Juist daarom volstaat een kritiek op arbeid alleen niet. Wie enkel zegt dat de mens te hard werkt of dat het kapitalisme vervreemdend uitpakt, blijft nog te veel binnen hetzelfde denkkader. Dan blijft arbeid immers het centrale gegeven, zij het in negatieve zin. Wat nodig is, is een fundamentelere vraag. Wat blijft er van de mens zichtbaar wanneer hij niet produceert, niet presteert en zichzelf niet hoeft waar te maken? Wie is de mens wanneer zijn functie wegvalt?

 

Op dat punt wordt het thema van sabbat of ledigheid filosofisch cruciaal. In onze cultuur wordt rust doorgaans alleen nog als middel gewaardeerd. Men rust uit om weer verder te kunnen. Men neemt vakantie om daarna opnieuw productief te zijn. Zelfs ontspanning wordt opgenomen in een regime van herstel en efficiëntie. Rust dient de arbeid en krijgt zelden een eigen waardigheid. Zij wordt gedoogd, zolang zij de prestaties uiteindelijk ondersteunt. Daar komt in onze tijd nog iets bij. Ook de vrije tijd is niet werkelijk vrij gebleven. Zij is steeds meer opgenomen in een belevingseconomie waarin de mens zich ook buiten het werk moet verrijken, ontplooien en amuseren. Zelfs rust wordt daarmee een opdracht. Men moet niet alleen productief zijn, maar ook intens leven. De sabbat waar ik op doel, staat haaks op deze logica. Zij vraagt niet om méér ervaring, maar om ontvankelijkheid. Rust is geen onderbreking van het echte leven, maar een eigen wijze van bestaan. Zij opent een ruimte waarin de mens niet hoeft te maken, niet hoeft te bewijzen en niet hoeft te beheersen. Zo kan zichtbaar worden dat het leven niet uitsluitend gedragen wordt door wilskracht, planning en controle. De mens leeft niet slechts doordat hij handelt, maar ook doordat hij kan ontvangen.

 

Dat punt raakt aan de kern van mijn mensbeeld. De mens is geen autonoom project dat zichzelf uit het niets voortbrengt. Hij is een geworpene. Hij treft zichzelf aan binnen een wereld, een lichaam, een geschiedenis en een samenhang die hem voorafgaat. Zijn bestaan begint niet met keuze, maar met gegevenheid. Wanneer deze gegevenheid onvoldoende wordt verdragen, ontstaat de neiging tot maakbaarheid. De mens probeert dan grip te krijgen op een bestaan dat hij niet zelf begonnen is. Arbeid kan in dat verband gemakkelijk de vorm aannemen van compensatie. Men werkt niet alleen om te leven, maar ook om de onzekerheid van het bestaan te bezweren.

 

De sabbat betekent dan niet louter een religieuze rustdag of een moreel voorschrift. In haar oorsprong verwijst zij naar de zevende dag van Genesis, waarin de orde van arbeid en voortbrenging stilvalt, en naar de herinnering aan de uittocht uit Egypte, waarin de sabbat de betekenis krijgt van bevrijding uit gedwongen arbeid. Daarin ligt een inzicht besloten dat nog altijd raakt. De mens leeft niet uitsluitend van arbeid, maar ook van wat zich aandient zonder door hem te zijn gemaakt. In de sabbat houdt hij tijdelijk op zichzelf te funderen in activiteit. Daarmee wordt rust geen leegte, maar een vorm van afstemming. In die afstemming verschijnt de mens anders. Hij verschijnt niet meer als productie eenheid, niet meer als drager van taken en niet meer als manager van zijn eigen levensproject. Hij verschijnt als iemand die mag bestaan zonder voorafgaande legitimatie. Juist daarin ligt de existentiële bevrijding van de sabbat. Niet omdat de mens niets meer doet, maar omdat hij voor een ogenblik ophoudt zichzelf te reduceren tot wat hij doet.

 

Dat vraagt wel om een zorgvuldig onderscheid. Niet elke vorm van niet werken opent vanzelf deze ruimte. Er bestaat ook een ledigheid die voortkomt uit uitputting, apathie of verlies van betekenis. Die toestand is niet bevrijdend, maar pijnlijk. De sabbat waar ik op doel is geen uitgebluste passiviteit, maar een open rust. Zij is geen sluiting van de mens, maar een verruiming. In die rust kan de mens opnieuw ontvankelijk worden. De verkramping die ontstaat door druk, verplichting en zelfsturing maakt dan plaats voor een mildere openheid. Er komt weer ruimte voor resonantie.

 

Daarom heeft de sabbat ook een kritische betekenis voor onze tijd. Zij vormt een stil protest tegen een cultuur die de mens voortdurend in functie wil houden. Zij weigert het dogma dat waarde uitsluitend uit productiviteit voortkomt. Zij herinnert eraan dat de mens niet eerst iets hoeft te presteren om te mogen bestaan. In een samenleving die zichzelf steeds verder organiseert rondom optimalisatie, meetbaarheid en beschikbaarheid, is rust niet slechts een privézaak, maar een filosofische daad.

 

Misschien ligt juist daar een van de belangrijkste opgaven van onze tijd. Niet dat wij nog efficiënter leren werken, maar dat wij opnieuw leren rusten. Niet als middel om beter te presteren, maar als oefening in overgave. Wie werkelijk rust, erkent dat het leven niet volledig maakbaar is. Wie werkelijk rust, laat de fictie los dat het ik alles moet dragen. Wie werkelijk rust, ontdekt dat betekenis soms juist verschijnt wanneer beheersing wijkt. De mens heeft daarom niet alleen arbeid nodig, maar ook ruimte waarin hij niets hoeft te doen om zichzelf te mogen zijn. Zonder die ruimte wordt hij langzaam opgeslokt door zijn functie. Met die ruimte kan hij misschien opnieuw leren wat het betekent om niet enkel te werken in de wereld, maar ook te verblijven in het leven.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page