top of page

Diakrisis, de kunst van het onderscheiden

20 aug
4 minuten om te lezen

In de derde en vierde eeuw trokken christelijke mannen en vrouwen zich terug in de woestijnen van Egypte en later ook in die van Syrië en Palestina. Zij werden bekend als de woestijnvaders en woestijnmoeders. Sommigen leefden vrijwel alleen, terwijl anderen kleine gemeenschappen vormden. Hun vertrek naar de woestijn betekende niet dat zij aan de wereld wilden ontsnappen. Zij zochten een omgeving waarin zij scherper konden waarnemen wat zich in henzelf voltrok. Wanneer bezit, maatschappelijke positie, dagelijkse verplichtingen en sociale afleiding grotendeels wegvielen, bleven gedachten, verlangens, angsten, herinneringen en impulsen des te duidelijker over. De woestijn werd zo een oefenplaats voor aandacht.

 

Binnen die oefening kreeg het Griekse begrip diakrisis een centrale betekenis. Het woord betekent onderscheiden of onderscheidingsvermogen. De woestijnmonniken ontdekten dat niet iedere gedachte, emotie of innerlijke aandrang die zich krachtig aandiende ook gevolgd moest worden. Zelfs iets wat aanvankelijk goed of vroom leek, kon uit angst, eerzucht, hoogmoed of zelfmisleiding voortkomen. Ook vasten, bidden, afzondering en zelfdiscipline konden ontsporen wanneer iemand erdoor werd meegesleept. Daarom wilden zij leren herkennen wat zich werkelijk in hen voltrok en welke werking een innerlijke beweging kreeg.

 

Vooral Evagrius Ponticus onderzocht nauwkeurig hoe zulke innerlijke bewegingen zich ontwikkelen. Hij sprak over logismoi, waarmee hij gedachten, voorstellingen, verlangens en aandriften aanduidde die zich in de mens konden aandienen. Het verschijnen van zo'n gedachte betekende nog niet dat iemand ermee samenviel of eraan gehoor moest geven. Juist daar ontstond de mogelijkheid tot onderscheiding. Iemand kon leren waarnemen dat een gedachte verscheen voordat die gedachte het verdere verloop van zijn ervaring ging bepalen.

Daarom vormde ook waakzaamheid een belangrijk onderdeel van de woestijntraditie. De monnik probeerde een gedachte of impuls zo vroeg mogelijk op te merken. Niet omdat iedere gedachte verdacht was, maar omdat een eenmaal ingezette innerlijke beweging steeds meer kracht kon krijgen. Een gedachte kon associaties oproepen, vervolgens emoties versterken en uiteindelijk het handelen gaan sturen. Wie pas aan het einde van die keten bemerkte wat er gebeurde, werd gemakkelijk meegesleept. Wie het begin ervan herkende, behield meer ruimte om waar te nemen wat zich werkelijk voltrok.

 

Bij Johannes Cassianus, die veel van de inzichten van de Egyptische woestijnmonniken naar het Westen overbracht, kreeg diakrisis daarom de status van een leidende deugd. Geen enkele andere deugd kon volgens hem zonder onderscheidingsvermogen veilig worden beoefend. Ook iets goeds kon immers doorschieten. Te streng vasten kon het lichaam uitputten, terwijl gemakzucht tot verslapping kon leiden. Buitensporig waken kon iemand ontregelen, terwijl te veel slapen eveneens tot verstarring kon bijdragen. Cassianus sprak daarom over de koninklijke weg, waarin beide uitersten worden vermeden en binnen iedere concrete situatie opnieuw een passende maat kan ontstaan.

 

Die maat vormt geen rekenkundig gemiddelde. De middenweg ligt niet eenvoudig halverwege twee uitersten. Wat in de ene situatie te veel is, kan in een andere situatie juist nodig zijn. Wat vandaag terughoudendheid vraagt, kan morgen om krachtig handelen vragen. Onderscheiding moet daarom steeds opnieuw plaatsvinden binnen de concrete situatie.

 

Met die gedachte hangt ook het begrip apatheia samen. Tegenwoordig klinkt dat woord gemakkelijk alsof de woestijnmonniken naar gevoelloosheid streefden. Dat bedoelden zij niet. Apatheia duidde eerder op een toestand waarin hartstochten de mens niet meer automatisch beheersen. Angst kan nog worden gevoeld, verlangen kan nog opkomen en boosheid kan nog ontstaan, maar zulke bewegingen hoeven niet langer onmiddellijk het handelen over te nemen. Er ontstaat ruimte waarin iemand geraakt kan worden zonder rechtstreeks door iedere innerlijke beweging te worden voortgestuwd.

 

Juist hier raakt de oude woestijntraditie aan een vraag die binnen mijn filosofie belangrijk is. Hoe kunnen wij herkennen of een reactie werkelijk ontstaat in responsiviteit op wat zich in het nu aandient, of dat een reeds gevormd en gestold patroon de reactie overneemt?

 

Een gestold patroon draagt eerdere ervaringen met zich mee. Wanneer een actuele situatie ermee resoneert, kan dat patroon opnieuw werkzaam worden. De reactie richt zich dan niet uitsluitend op wat er in het huidige NU gebeurt. Het verleden mengt zich in de actuele ervaring en kan haar soms zelfs overrulen. Een opmerking kan als afwijzing worden ervaren terwijl zij nauwelijks afwijzend bedoeld is. Een onzekere situatie kan veel meer angst oproepen dan de actuele omstandigheden rechtvaardigen. Een klein conflict kan onmiddellijk een vertrouwde verdedigingsreactie activeren.

 

Diakrisis kan binnen mijn filosofie daarom worden opgevat als het vermogen om te herkennen wat zich werkelijk aandient en wat ons dreigt mee te slepen. Waakzaamheid maakt het mogelijk dat verschil vroeg te herkennen, nog voordat een oud patroon de gehele ervaring naar zich toe trekt. Maat voorkomt vervolgens dat een reactie naar een uiterste doorschiet. Apatheia beschrijft ten slotte een toestand waarin gestolde patronen minder dwingend werkzaam zijn en waarin meer ruimte ontstaat voor responsiviteit op wat zich actueel aandient.

 

Daarmee krijgt ook de koninklijke weg een nieuwe betekenis. De middenweg wordt dan geen compromis tussen twee kanten. Zij ontstaat als een telkens opnieuw gevonden verhouding waarin het actuele NU voldoende werkzaam kan blijven en waarin een gestold patroon de reactie niet overneemt. Het verleden verdwijnt daarbij niet. Onze geschiedenis, onze gewoonten en onze gevoeligheden blijven deel uitmaken van onze ervaring. Zuivere responsiviteit betekent daarom niet dat wij zonder verleden reageren. Zij betekent dat het verleden niet zodanig gaat resoneren dat het actuele NU zijn eigen gewicht verliest.

 

Dat inzicht laat zich gemakkelijk naar het huidige leven vertalen. Wanneer iemand zich door een opmerking gekwetst voelt, kan in de ervaring zichtbaar worden wat werkelijk werd gezegd en wat de eigen geschiedenis eraan toevoegt. Wanneer angst ontstaat, kan onderscheid ontstaan tussen wat in de actuele situatie ligt en wat vanuit een ouder patroon mee resoneert. Wanneer irritatie onmiddellijk tot een scherpe reactie dreigt te leiden, kan zichtbaar worden of die reactie werkelijk bij de huidige gebeurtenis past.

 

Daarbij vraagt onderscheiden niet om onderdrukking van emoties. Ook dat zou opnieuw een uiterste vormen. Het gaat juist om voldoende ontvankelijkheid om te merken wat er gebeurt voordat een reactie vanzelfsprekend wordt. Soms vraagt een situatie om afstand en soms om nabijheid. Soms vraagt zij om geduld en soms om onmiddellijk handelen. De passende reactie kan alleen ontstaan wanneer de actuele situatie zelf voldoende invloed behoudt.

 

Daarin ligt misschien de blijvende betekenis van de woestijnvaders. Zij zochten niet naar een systeem dat vooraf bepaalde hoe iemand moest handelen. Zij oefenden zich in het onderscheiden van wat zich aandiende, in het vroeg herkennen van wat hen kon meeslepen en in het vinden van de juiste maat. Hun koninklijke weg lag daarom nooit definitief vast. Bij iedere stap moest zij opnieuw worden gevonden.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page