top of page

Het geweten

Bijgewerkt op: 9 dec 2025

Mijn geweten is mij meer waard dan alle zedepreken bij elkaar.

Cicero

Ā 

De menselijke ervaring berust niet uitsluitend op zintuiglijke waarneming en evenmin op individuele voorkeur. Zij is ingebed in een dragende orde die als gedeeld veld van betekenis, waarde en richting voorafgaat aan het individu. Paul Ricoeur (1913-2005) maakt duidelijk dat deze orde ontstaat binnen een horizon van taal, symboliek en gezamenlijke verhalen die mensen overstijgt, doordat zij niet het resultaat vormt van individuele constructie maar een maatschappelijk en historisch gegroeide structuur waarin betekenis zich aandient. Deze horizon draagt een surplus aan betekenis dat zich toont zonder dat subject of samenleving het volledig kan bepalen. Daardoor verschijnt waarde niet als conventie maar als reële mogelijkheid die zich in de ervaring laat voelen en niet slechts wordt samengesteld door culturele afspraken. Mijn benadering gaat verder, omdat ik deze surplus dimensie niet alleen beschouw als productieve ruimte binnen taal en cultuur, maar als manifestatie van een werkelijk dragende orde die in elke ervaring werkzaam is. Het geweten wordt dan zichtbaar als ontvankelijkheid voor morele mogelijkheden die in die orde zelf verankerd liggen en zich aandienen voordat een mens bewust oordeelt.

Ā 

Het geweten vormt een van de meest intrigerende fenomenen van de menselijke ervaring. Mensen ervaren een innerlijke gerichtheid die hen laat voelen wat juist is en wat niet, nog voordat zij een bewuste afweging maken. Deze ervaring wordt vaak opgevat als een morele intuĆÆtie, maar zij laat in feite zien dat de mens toegang heeft tot een orde die niet in de feiten zelf ligt. Het geweten verschijnt daardoor als een vorm van ontvankelijkheid die meer draagt dan individuele voorkeuren of aangeleerde normen.

Ā 

Deze benadering sluit aan bij het inzicht dat menselijke ervaring wordt gedragen door twee ontvankelijkheden. De zintuiglijke ontvankelijkheid brengt de concrete wereld binnen via waarneming en lichamelijke resonantie. De transcendente ontvankelijkheid opent een ruimte waarin betekenis, waarde en richting zich aandienen. Het geweten behoort tot deze tweede dimensie en verschijnt als een onmiddellijke gevoeligheid voor wat een situatie draagt. Deze gevoeligheid volgt dezelfde structuur als de herkenning van rechtvaardigheid en samenhang die niet zintuiglijk kan worden afgeleid. Mensen herkennen deze kwaliteiten onmiddellijk en als iets dat zij met elkaar delen, wat erop wijst dat zij deelnemen aan een dragende orde die voorafgaat aan het individu.

Ā 

De velddynamiek van ervaring maakt begrijpelijk waarom het geweten niet kan worden herleid tot individuele constructie. Een mens ervaart spanning wanneer een handeling in strijd komt met wat de situatie aan passende mogelijkheid laat voelen. Deze spanning ontstaat niet door een afweging, maar door een verstoring van de resonantie met de dragende orde van de ervaring. Het geweten fungeert daarom als een vorm van horen die voorafgaat aan het oordeel en maakt voelbaar dat de mens deelneemt aan een veld van betekenis dat niet door hemzelf wordt geproduceerd en toch in het bewustzijn werkzaam is.

Ā 

Deze werking kan verzwakken wanneer gestolde patronen in het brein de vrije resonantie met de dragende orde belemmeren. De verstarring treedt op in het diafragma van het brein waar de overgang plaatsvindt van het universele naar het persoonlijke bewustzijn. Het diafragma fungeert als transformatiefilter waarin de stroom van betekenis wordt omgevormd tot individuele ervaring. Wanneer dit filter verstijft vernauwt het bewustzijn en richt de aandacht zich steeds meer op egocentrische belangen en op beheersing en controle van het eigen bestaan. De ervaring wordt dan bepaald door de behoefte aan zekerheid en bevestiging waardoor het ego de interpretatie van situaties overneemt. In die toestand vermindert de ontvankelijkheid voor de morele mogelijkheden die zich in de situatie aandienen omdat het ego de subtiele signalen van de dragende orde overstemt. Het geweten blijft aanwezig maar bereikt het bewustzijn minder gemakkelijk waardoor een mens eerder handelt vanuit zelfhandhaving dan vanuit resonantie met wat zich moreel laat horen. Daarom vraagt het geweten om een open bewustzijn, zodat de mens gevoelig kan blijven voor wat zich in het veld van ervaring aandient als richting of waarde. Deze bedreiging voor het geweten maakt voelbaar hoe subtiel de balans is waarin morele ontvankelijkheid werkzaam blijft.

Ā 

De taal bevestigt deze structuur ook. Mensen spreken over een zuiver geweten, een zwaar geweten of een stem die waarschuwt. Deze uitdrukkingen verwijzen niet naar psychische mechanismen, maar naar een direct verstaan van wat een situatie draagt. De begrijpelijkheid van deze taal laat zien dat het geweten deel uitmaakt van een gedeelde orde. Geen enkel individu zou een dergelijk begrip kunnen vormen wanneer het niet al toegang had tot een impliciete structuur die betekenis, waarde en richting draagt.

Ā 

Het geweten werkt als bemiddelende functie tussen de zintuiglijke feiten en de mogelijkheden die zich aandienen via de transcendente ontvankelijkheid. Wanneer beide stromen in evenwicht zijn, ervaart een mens zijn handelen als passend en wanneer zij uiteenlopen ontstaat morele dissonantie. Het geweten toont daardoor de plaats waar feitelijke indruk en potentie elkaar ontmoeten in de vorm van waarde. Deze waarde verschijnt niet als eigenschap van de wereld en evenmin als projectie van het individu, maar als manifestatie van een dragende orde waarin het persoonlijke perspectief is ingebed.

Ā 

In deze veldfilosofische benadering vormt het geweten geen innerlijke rechter en geen sociale constructie. Het vormt een fenomeen waarin de mens zijn deelname aan het universele bewustzijn ervaart. De mens ontvangt daarin geen dwingende voorschriften, maar richtinggevende mogelijkheden die de resonantie met de situatie herstellen. Het geweten werkt daardoor niet normatief, maar fenomenologisch en maakt zichtbaar wat binnen een situatie mogelijk is zonder dat deze mogelijkheid door het individu zelf wordt bedacht.

Ā 

Wanneer het geweten in deze zin wordt begrepen, verschijnt het als een van de meest directe aanwijzingen voor de transcendente dimensie van de menselijke ervaring. Het geweten laat zien dat de mens niet alleen leeft in de wereld van feiten, maar ook in een veld van betekenis dat zich via hem laat horen. Het geweten vormt daarom een getuigenis van de wijze waarop de mens geworteld staat in een dragende orde die elke ervaring doordringt.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
Blijf op de hoogte! Ontvang telkens het nieuwste blog direct in je mailbox.

Bedankt voor het abonneren!

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page