Het keurslijf van de mening
Onze samenleving beschouwt vrijheid van meningsuiting als een van haar hoogste democratische waarden. Vanuit het perspectief van ervaringsvrijheid klinkt die uitdrukking echter bijna absurd. Zij noemt het uiten van een mening vrijheid, terwijl een mening juist wijst op een afname van de ervaringsdynamiek. Wat zich aandient, krijgt dan de schijn van een dogma, omdat het onmiddellijk wordt ingepast in wat wij al vonden.
Opmerkelijk genoeg spreekt artikel 7 van de Grondwet zelf nergens over meningen. Het beschermt het openbaren van gedachten en gevoelens zonder voorafgaand verlof. Die formulering is ruimer dan de naam vrijheid van meningsuiting die wij eraan geven. In die naam klinkt al door hoeveel waarde onze samenleving hecht aan het hebben van een mening. Juist die waardering verdient onderzoek.
Het menselijk leven kent verschillende vrijheidsgraden, ook als er geen sprake is van een vrije wil. Ons lichaam laat bepaalde bewegingen toe en begrenst andere. Maatschappelijke omstandigheden openen of sluiten mogelijkheden om te wonen, te werken en te spreken. Binnen relaties ontstaat eveneens meer of minder ruimte om ons te uiten en op elkaar te reageren. Deze vrijheidsgraden bepalen mede wat er in een leven kan gebeuren. Geen ervan zegt echter op zichzelf hoeveel ruimte een nieuwe gebeurtenis binnen de ervaring krijgt.
Iemand kan ongehinderd spreken en toch gevangen raken in wat hij van zichzelf, anderen en de wereld vindt. Een ander kan weinig handelingsruimte hebben, terwijl wat zich voordoet hem nog raakt of verrast. Naast bewegingsruimte, handelingsruimte en de ruimte om te spreken bestaat er dus ook ervaringsruimte. De mate waarin zintuiglijke en transcendente ontvankelijkheid samen nog tot een dynamische ervaring kunnen leiden, noem ik ervaringsvrijheid.
Eerder schreef ik over vrijheid van meningsuiting, over het onderscheiden van innerlijke bewegingen en over patronen die stollen. Nu dringt zich een ongemakkelijkere vraag op. Waarom beschouwen wij het hebben van een mening als teken van vrijheid, wanneer juist daarin onze ervaring kan vastlopen?
Het leven vraagt voortdurend om onderscheid. Warmte en kou, pijn en verlichting, nabijheid en afstand dienen zich aan en werken door in onze respons. Grenzen kunnen voelbaar worden en praktische besluiten kunnen ontstaan. Daarvoor is geen oordeel over de hele situatie nodig. Onderscheiden en reageren voltrekken zich binnen het samenspel van lichaam, geschiedenis en omstandigheden. Er staat geen vrij, sturend ik buiten die samenhang dat bepaalt wat er gebeurt.
Toch kan een onderscheid verharden. Er verschijnt een besef van hoe iets behoort te zijn. Wij vinden iets van wat er gebeurt. Dat vinden krijgt de vorm van een mening en een mening kan uitgroeien tot een oordeel. Deze woorden beschrijven geen vaste reeks stappen. Zij laten zien hoe wat zich in een actuele situatie aandient, steeds sterker vanuit een bestaande betekenis kan worden geordend. Wat eenmaal als oordeel verschijnt, klinkt vervolgens mee in de volgende ervaring.
Een oordeel behoort zelf tot de ervaring. Wanneer het als mijn oordeel verschijnt, kan ook de ervaring ontstaan dat er een vaste beoordelaar achter schuilgaat. Daarmee krijgt het oordeel een dubbele werking. Het ordent wat zich voordoet en voedt tegelijk de interpretatie van het emergente ik als ego. Wanneer een volgende gebeurtenis met dat oordeel botst, raakt zij ook deze voorstelling van wie ik ben. Zij kan daardoor als bedreiging verschijnen voordat haar eigen betekenis voldoende gewicht krijgt. Een oordeel beëindigt de ervaring niet. Het verandert de voorwaarden waaronder het volgende nog kan verschijnen.
De ervaring heeft geen oordeel nodig. Het ego wel.
Deze zin schrijft niemand voor om nooit meer te oordelen. Ook dat zou weer een nieuw behoren te zijn. Zij maakt zichtbaar dat onderscheid en respons geen vast oordeel vereisen. Er kan een grens ontstaan, iets kan worden afgewezen en gedrag kan worden tegengehouden, zonder dat de ervaring eindigt in een uitspraak over wie wijzelf of de ander zijn.
Het recht om te spreken beschermt ons tegen het zwijgen dat anderen ons opleggen. Maar zodra wat wij uitspreken de vorm van een mening of principe krijgt, is de actuele ervaringsdynamiek al ingeperkt. Iedere ervaring heeft haar eigen nuances, terwijl een algemeen standpunt die telkens vanuit dezelfde ordening benadert. Wanneer wij het hebben van zo’n standpunt als hoogste teken van vrijheid vieren, juichen wij dus de standvastigheid toe waarmee het eigene van iedere ervaring wordt overstemd. Een samenleving waarin iedereen mag spreken, maar waarin vaste standpunten de ervaring beheersen, heeft haar uitingsvrijheid behouden maar haar ervaringsruimte drastisch ingeperkt.
Een oordeel verandert niet alleen onze ervaring van een gebeurtenis. Het kan ook bepalen hoe de ander verschijnt. Een schadelijke handeling lijkt dan te bewijzen dat iemand slecht is, terwijl een verschil van inzicht iemand aan de verkeerde kant plaatst. Zo verharden goed en kwaad, juist en onjuist, ik en ander tot vaste tegenstellingen. De samenhang waarvan wij deel uitmaken, raakt uit zicht en daarmee verschraalt ook de eenheidservaring.
Die samenhang erkennen betekent niet dat schade onbeantwoord blijft. Schade kan een grens oproepen en gedrag kan worden tegengehouden. Dat noem ik responsiviteit. De reactie ontstaat in verhouding tot wat er gebeurt en tot de gevolgen die zichtbaar worden. Zij hoeft de ander niet eerst vast te leggen als iemand die volledig met zijn daad samenvalt.
Daarin ligt de maatschappelijke betekenis van ervaringsvrijheid. Wanneer een oordeel het laatste woord krijgt, bevestigt iedere nieuwe reactie gemakkelijk het beeld dat al van iemand bestond. Waar de actuele ervaring invloed houdt, kunnen ook omstandigheden en veranderingen zichtbaar worden. Mildheid hoeft dan geen voorschrift te zijn. Zij kan ontstaan doordat een mens meer blijft dan wat wij eerder van hem vonden.
Ervaringsvrijheid is geen bezit van een zelfstandig ik. Zij bestaat in de beweeglijkheid waarmee zintuiglijke en transcendente ontvankelijkheid samen tot ervaring komen. Een vaste mening kan die dynamiek vernauwen doordat zij iedere situatie naar hetzelfde standpunt terugleidt. Waar een oordeel niet het laatste woord over de ander krijgt, blijft respons mogelijk op wat zich daadwerkelijk voordoet. Daar kan een mildere samenleving door ontstaan, zonder dat mildheid zelf een nieuw behoren te wordt.
Mooi geschreven