top of page

Het oude vertrouwde

We kunnen onze problemen niet oplossen met hetzelfde denken

waarmee we ze hebben veroorzaakt.

(toegeschreven aan Albert Einstein)


In Het volk in de grot gebruikt René ten Bos het beeld van het karaokevolk. Dat beeld is treffend, omdat het laat zien hoe een gemeenschap kan meebewegen met inzichten die inmiddels common sense zijn geworden. Niet alleen woorden worden nagezongen, maar ook diepere aannames over mens, wereld en verantwoordelijkheid worden blindelings overgenomen. Autonomie, vrije wil, meritocratie en zelfregie klinken zo vertrouwd dat zij nauwelijks nog als aannames worden bevraagd. Juist daardoor krijgen zij vanzelf gezag. Het lijkt dan alsof er een gedeelde opvatting ontstaat, maar vaak wordt vooral nageaapt wat al als vanzelfsprekend gold. Zo krijgt het leven trekken van één grote karaokeshow.

 

Daarmee komt Plato’s grot ongemakkelijk dichtbij. In die allegorie zitten mensen vast in een grot, waar zij schaduwen op de wand voor werkelijkheid houden omdat zij nooit iets anders hebben gezien. Hier zijn die schaduwen geen losse illusies, maar vanzelfsprekend geworden aannames die het dagelijkse leven ordenen. Zij hoeven niet onleefbaar te zijn om toch beperkend te werken. Juist dat maakt de situatie zo hardnekkig. De grot beschrijft dan geen primitief beeld uit een voorbije filosofische wereld, maar een menselijke basisconditie waarin iemand zich behoorlijk in zijn sas kan voelen, juist omdat de schaduwen houvast bieden. Je hoeft niet te begrijpen hoe het met de beweging van de zon is gesteld om toch elke dag blij te zijn dat zij schijnt.

 

De beslissende vraag is daarom niet waarom mensen weigeren anders te kijken. De beslissende vraag is waarom zij daartoe bewogen zouden worden zolang de schaduwen nog leefbaar zijn. Een mensbeeld wordt zelden verlaten omdat het theoretisch tekortschiet. Het wordt pas problematisch wanneer de grens van zijn draagkracht wordt bereikt. Zolang autonomie, controle, zelfregie en maakbaarheid nog functioneren als vanzelfsprekende pijlers, ontbreekt de noodzaak om hun grond werkelijk te onderzoeken. Blijkbaar bestaat er een drempelwaarde waaronder zelfs ernstige ontregeling nog wordt ingepast in het oude verhaal.

 

Want er gaat veel mis. De wereld raakt ecologisch uitgeput, conflicten verharden en informatie versplintert. Mensen branden op onder de last van permanente zelfsturing. Depressie, angst en eenzaamheid zijn niet alleen individuele stoornissen, maar tekenen van een mensbeeld dat de mens te veel op zichzelf terugwerpt. Toch is dit kennelijk nog niet genoeg. Zolang deze ontregeling nog kan worden vertaald in losse problemen, blijft het mensbeeld zelf buiten schot. De drempelwaarde is kennelijk nog niet bereikt.

 

Dat is misschien het pijnlijkste inzicht. Een crisis wordt niet automatisch in haar diepte herkend omdat zij ernstig is. Zij wordt pas ontregelend wanneer zij niet langer in het bestaande verhaal past. Zolang elk probleem nog kan worden vertaald als managementvraag, beleidsvraag, behandelvraag of persoonlijk ontwikkelpunt, blijft het mensbeeld zelf buiten schot. Dan blijft de grot intact, ook wanneer de muren scheuren.

 

Mijn filosofie probeert precies daar te beginnen. Zij zegt niet dat zij buiten de grot staat en van daaruit de werkelijkheid bezit. Zij vraagt alleen of het dominante mensbeeld nog ruim genoeg is om te dragen wat zich aandient. De mens is niet in de eerste plaats een autonoom centrum dat zichzelf moet maken, sturen en legitimeren. Hij verschijnt eerder als een knooppunt binnen een groter veld van relaties, ritmes en betekenissen. Ervaring ontstaat niet primair door controle, maar door ontvankelijkheid en afstemming.

 

Voor dat inzicht staat nog bijna niemand vanzelf open. Een ander mensbeeld wordt pas hoorbaar wanneer het oude lied niet langer kan dragen wat zich aandient. Tot die tijd blijven de vertrouwde woorden circuleren. Vrijheid klinkt door, terwijl mensen uitgeput raken door keuzes. Verantwoordelijkheid blijft het refrein, terwijl velen bezwijken onder de last van individuele schuld. Authenticiteit wordt bezongen, terwijl de behoefte aan bevestiging steeds luider wordt.

 

Misschien hoeft een ander mensbeeld daarom niet harder te spreken. Het hoeft ook niet te concurreren met de melodieën uit de grot. Wie iets probeert te zeggen voordat de drempelwaarde is bereikt, kan gemakkelijk klinken als een roepende in de woestijn. Niet omdat wat gezegd wordt onbelangrijk is, maar omdat het oude lied nog voldoende houvast biedt.

 

Een ander mensbeeld hoeft daarom niet te winnen. Het hoeft eerst alleen duidelijk te maken waarom niemand vanzelf op een ander inzicht zit te wachten. In de grot is alles oud en vertrouwd. De schaduwen geven houvast, de woorden zijn bekend en het bestaande mensbeeld ordent het leven nog voldoende. Waarom zou iemand een andere werkelijkheid omarmen zolang deze werkelijkheid nog leefbaar is? Pas wanneer het vertrouwde niet langer voldoende antwoord geeft, ontstaat er stilte voor bezinning. Dan wordt responsiviteit mogelijk. Niet als bezit van het juiste inzicht, maar als ontvankelijkheid voor wat zich aandient wanneer de oude schaduwen ons niet langer kunnen dragen.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page