Leren vanuit het eerste persoonsperspectief
- Marc Cornelisse
- 19 mei
- 3 minuten om te lezen
Er is iets merkwaardigs aan de hand in het onderwijs. We beschikken over meer kennis dan ooit, en via AI kunnen we die kennis sneller vinden, ordenen en toepassen. Tegelijk ervaren docenten, leerlingen en schoolleiders dat kennis alleen niet genoeg is. De druk neemt toe, de aandacht raakt versnipperd en leren wordt steeds vaker verbonden met prestaties die zichtbaar, vergelijkbaar en verantwoordbaar moeten zijn. We weten steeds beter welke didactische aanpak aantoonbaar effect heeft, maar daarmee weten we nog niet wat er in een leerling gebeurt wanneer iets werkelijk betekenis krijgt. Juist daar begint de vraag van mijn nieuwe boek. Wat vraagt onderwijs van ons wanneer leren zich momentaan voltrekt in de ervaring van de leerling?
Die vraag leeft in de onderwijspraktijk. Juist daar wordt voelbaar dat leren onder druk van opbrengst, methode en verantwoording gemakkelijk voorbijgaat aan de essentie van leren. Wat overblijft, is onderwijs dat steeds preciezer wordt gemonitord, maar steeds minder goed weet wat zich in het moment van leren zelf voltrekt.
Docenten ervaren werkdruk door volle roosters, administratieve verplichtingen en personeelstekorten, maar ook doordat maatschappelijke problemen steeds vaker over de schutting van het onderwijs worden gekiept. Jongeren groeien op in een meritocratische cultuur waarin zij voortdurend moeten laten zien wie zij zijn, wat zij kunnen en waarin zij zich onderscheiden. Die druk werkt door als psychische last. De digitale werkelijkheid verscherpt deze spanning. Sociale media vergroten de zichtbaarheid van jongeren en AI stelt kennis onmiddellijk beschikbaar. Teksten kunnen worden gegenereerd, argumenten geordend en antwoorden geproduceerd. Daarmee wordt niet zozeer het onderwijs bedreigd, maar vooral zijn vanzelfsprekendheid doorbroken. Waarvoor gaan onze kinderen nog naar school wanneer informatie overal beschikbaar is en verwerking steeds vaker kan worden uitbesteed? Niet om kennis te ontvangen die elders sneller verschijnt, en ook niet om alleen prestaties te leveren die geregistreerd kunnen worden. Zij gaan naar school omdat leren daar verschijnt als een menselijke gebeurtenis waarin betekenis zich voordoet. Dat is het wonder van betekenis dat alleen mensen kunnen ervaren. Een leerling ontvangt niet slechts informatie, maar kan ervaren dat iets hem aangaat. In dat moment opent zich de ervaringsruimte waarin aandacht, verwondering, resonantie en doorwerking mogelijk worden. Precies deze binnenzijde van betekenis blijft voor AI ontoegankelijk.
Ervaring heeft hier het primaat. In de ervaring vormt zich het perspectief van waaruit iemand zichzelf en de wereld tegemoettreedt. Het ik verschijnt momentaan in die ervaring. Tegelijkertijd wordt informatie opgenomen in een betekenisproces waardoor het ik-perspectief gestalte krijgt. Mijn boek vertrekt vanuit die ervaringsruimte.
Die ruimte wordt in het onderwijs telkens opnieuw betreden. Zij opent zich, sluit zich, versmalt, verdiept of verdwijnt. Een les kan didactisch goed opgebouwd zijn en toch de ervaring van de leerling gesloten laten. Omgekeerd kan één vraag, één stilte of één onverwachte wending maken dat er ineens iets gebeurt. Daar wordt informatie ervaring.
Precies hier ontstaat ook de pedagogische voorzichtigheid die dit boek vraagt. De binnenzijde van leren bij de leerling vraagt om respect, terughoudendheid en responsiviteit. Zij verdraagt geen toe-eigening door de docent, geen psychologische inkadering en geen didactische annexatie. Toch bevindt zich juist hier the place where the magic happens.
Dat vraagt om een andere taal. In veel onderwijs spreken we over motivatie, concentratie, eigenaarschap, leerdoelen en opbrengsten. Zulke woorden helpen om onderwijs te organiseren, maar zij kunnen de ervaring van leren ook vernauwen. De leerling verschijnt dan al snel als iemand die zichzelf moet aansturen, optimaliseren en bewijzen. Zo komt het ego centraal te staan.
In mijn boek De nieuwe kleren van de keizer ontwikkel ik daarom educatie vanuit het eerste persoonsperspectief. Deze benadering vertrekt vanuit de ervaringsruimte waarin leren zich bij de leerling voltrekt. Daar verschijnt het ik als momentaan emergent ik dat in ervaring gestalte krijgt. Leren wordt dan een betekenisproces waarin aandacht, verwondering, resonantie en doorwerking centraal staan. Het boek onderzoekt hoe onderwijs eruit kan zien wanneer het deze binnenzijde van leren serieus neemt.
Opmerkingen