top of page

Onze hang naar het spirituele

Bijgewerkt op: 20 jun

Over verlangen, betekenis en spirituele toe-eigening


Spiritualiteit begint vaak bij een reëel verlangen naar betekenis, stilte, verbondenheid en vertrouwen. Zij geeft taal aan ervaringen die in het gewone spreken moeilijk een plaats krijgen. Dat verlangen moet serieus worden genomen. Juist daarom moet de taal waarin het verschijnt zorgvuldig worden getoetst. Woorden als overgave, energie, ontwaken, heling en vertrouwen kunnen werkelijk iets openen. Diezelfde woorden kunnen ook een subtielere vorm van zelfbevestiging gaan dragen, waardoor het ego niet verdwijnt maar alleen een spiritueel vocabulaire krijgt.

 

Maar juist daar begint het probleem. Een veldfilosofische benadering kan helpen om dit zichtbaar te maken, zonder daarmee het laatste woord te willen hebben. Ervaring verschijnt altijd in het actuele NU. Zij ontstaat waar zintuiglijke ontvankelijkheid en transcendente ontvankelijkheid elkaar ontmoeten. De zintuiglijke ontvankelijkheid verbindt de mens met lichaam, omgeving en de concrete situatie. De transcendente ontvankelijkheid opent de ervaring voor betekenis, richting en samenhang. Het ik vormt zich waar zintuiglijke en transcendente ontvankelijkheid samenkomen, als ordeningspunt waardoor ervaring als mijn ervaring kan verschijnen. Die ordening is noodzakelijk, want zonder haar is ervaring onbewoonbaar. Maar het ego ontstaat zodra dit ik zichzelf als eigenaar van ervaring gaat zien. Juist op dat punt kan spiritualiteit ontsporen. Zij lijkt controle prijs te geven, terwijl zij die feitelijk in een nieuwe taal voortzet. Die verschuiving wordt zichtbaar wanneer spiritualiteit zelf een nieuwe vorm van controle wordt. Innerlijke groei, energetische zuiverheid, tekens, boodschappen en synchroniciteiten moeten dan onzekerheid, twijfel en niet weten alsnog beheersbaar maken.

 

Daarom is het onderscheid tussen betrouwbare ontvankelijkheid en schijnontvankelijkheid beslissend. Betrouwbare ontvankelijkheid verdraagt dat betekenis zich niet onmiddellijk sluit. Zij grijpt niet te snel naar een definitieve interpretatie. Het lichaam mag spreken zonder onmiddellijk tot spirituele boodschap te worden gemaakt. Een ontmoeting mag resonantie hebben zonder meteen als teken te worden opgeëist. Toeval mag iets raken zonder direct tot bestemming te worden verklaard. Schijnontvankelijkheid verdraagt die openheid niet. Zij lijkt gevoelig, maar sluit de ervaring op in een bekend schema. Spanning wordt blokkade, weerstand wordt gebrek aan overgave, ongemak wordt energetische les en de ander wordt spiegel van het eigen innerlijk. Dan verschijnt de werkelijkheid vooral als bevestiging van een vooraf gekozen schema.

 

Het criterium ligt in de verhouding tussen zintuiglijke en transcendente ontvankelijkheid. Waar zintuiglijke ontvankelijkheid losraakt van betekenis, verarmt ervaring tot registratie. Waar transcendente ontvankelijkheid losraakt van zintuiglijke bedding, verliest betekenis haar grond. Veel misleidende spiritualiteit verbreekt precies deze spanning. Zij behandelt het lichaam vooral als boodschapper van een verborgen orde, terwijl het lichaam de concrete plaats is waar ervaring in het actuele NU verschijnt. Zij leest de werkelijkheid alsof elke gebeurtenis een mededeling bevat, terwijl werkelijkheid ook weerstand, toeval, stilte en onduidelijkheid kent. Daardoor verdwijnt de nuchtere grond waarin afstemming haar plaats zou moeten vinden.

 

Ontvankelijkheid blijft alleen betrouwbaar wanneer zij haar vermogen tot dosering behoudt. Intensiteit maakt een ervaring niet waarachtiger, en omvang maakt haar niet dieper. Betrouwbare ontvankelijkheid vraagt om een beweeglijk diafragma. Zij moet kunnen openen voor resonantie en tegelijk kunnen begrenzen wat zich aandient. Wanneer het diafragma te ver opent, krijgt alles betekenis en raakt de mens overspoeld. Wanneer het te sterk sluit, valt de mens terug op gestolde patronen. Wat zich aandient, krijgt dan geen kans om nieuw te verschijnen, omdat het onmiddellijk wordt herleid tot bekende overtuigingen, oude verklaringen of vertrouwde schema’s. Misleidende spiritualiteit maakt van beide ontsporingen een deugd. Overopening wordt gevoeligheid genoemd. Wie overal signalen, tekens en synchroniciteiten ziet, geldt als ontvankelijker dan anderen. Oversluiting verschijnt als trouw aan het eigen gevoel, bewaking van energie of vertrouwen op innerlijk weten. Kritiek wordt dan niet langer inhoudelijk onderzocht, maar toegeschreven aan negativiteit, lage trilling of gebrekkige overgave van de ander. In beide gevallen wordt afstemming vervangen door zelfbevestiging. Het actuele NU verliest dan zijn dynamiek, omdat nieuwe ervaring meteen wordt ingepast in een spiritueel schema dat al klaarstaat.

 

Diezelfde verstarring kan zich ook hechten aan concrete spirituele vormen. Een methode, ritueel of leraar kan tijdelijk helpen om ontvankelijkheid te openen. Zolang de vorm in dienst blijft van wat zich in het actuele NU aandient, kan zij richting geven. Zodra zo’n vorm zichzelf gaat herhalen los van actuele afstemming, bouwt zij een gestold patroon op. Dan gaat de vorm vóór het veld. Wat eerst respons was, wordt systeem. Wat eerst richting gaf, wordt afhankelijkheid. Dienstbare spiritualiteit blijft daarom toetsbaar aan het concrete leven. Zij blijft open voor wat zich in het NU aandient. Misleidende spiritualiteit leert de mens vooral toepassen. Zij spreekt over vrijheid, terwijl zij gehoorzaamheid vraagt aan een kader dat zichzelf niet meer laat bevragen.

 

De hedendaagse wildgroei van spiritualiteit hangt samen met secularisatie. De behoefte aan zin en transcendentie is niet verdwenen, terwijl de traditionele bedding ervan sterk is verzwakt. Religieuze vormen konden verstarren en macht uitoefenen, maar zij boden ook een symbolische orde waarin kwetsbaarheid en eindigheid een plaats kregen. Wanneer zo’n orde haar vanzelfsprekendheid verliest, komt de behoefte aan betekenis weer vrij te liggen. De mens blijft geraakt worden door vragen die zich niet volledig technisch of psychologisch laten beantwoorden. Hij zoekt vormen waarin het bestaan draaglijk en bewoonbaar wordt.

 

Hier helpt het mythebegrip van Hans Blumenberg. Mythe is geen achterhaald voorstadium van rationeel denken, maar een manier om de overmacht van de werkelijkheid hanteerbaar te maken. Zij geeft vorm en verhaal aan wat te groot of te anoniem is om direct te dragen. Religie heeft lange tijd zo gewerkt. Zij nam kwetsbaarheid niet weg, maar plaatste haar in een gedeelde symbolische ruimte. Nu die ruimte haar vanzelfsprekendheid verliest, zoekt de mythische behoefte nieuwe vormen. Mensen bouwen met spirituele, therapeutische en esoterische taal eigen betekenissystemen op. Dat toont hoe sterk het verlangen naar bedding blijft wanneer gedeelde vormen hun vanzelfsprekendheid verliezen.

 

Toch ontstaat precies daar het probleem. Wanneer transcendente ontvankelijkheid losraakt van zintuiglijke bedding, wordt betekenis niet verdiept maar losgemaakt van haar toetsing. Een ingeving gaat dan gelden als waarheid, troost als draagkracht en intensiteit als betrouwbaarheid. Veel hedendaagse spiritualiteit versterkt deze verwarring. Zij biedt methoden, sessies, cursussen en leraren die het bestaande verlangen bevestigen, verlichting beloven en een aantrekkelijk zelfbeeld ondersteunen. Daarmee zet spiritualiteit de moderne druk van zelfregie voort. Het individu moet zelf bepalen wat waar, helend en betekenisvol is, terwijl het aanbod vooral zijn verlangen bevestigt.

 

Een hardnekkige vorm van spirituele toe-eigening verschijnt wanneer de gedachte aan persoonlijk voortbestaan na de dood tot zekerheid wordt gemaakt. Die gedachte kan troosten, vooral waar verlies en eindigheid moeilijk te dragen zijn. Toch vraagt zij om zorgvuldige toetsing. Vaak gaat het niet alleen om de gedachte dat er na de dood iets van bewustzijn blijft. Impliciet leeft ook de verwachting dat juist het persoonlijke ik behouden blijft, met herinneringen, relaties, ontwikkeling en identiteit. De dood wordt dan niet werkelijk als grens van het individu toegelaten. Zij wordt omgevormd tot overgang waarin het ik zichzelf kan voortzetten. Daar ontstaat het risico dat het ego zelfs zijn eigen verdwijnen nog wil overleven.


Dat is iets anders dan de ervaring dat een gestorven geliefde nog nabij kan zijn, of dat de band met hem of haar niet eenvoudig verdwijnt. Zulke ervaringen kunnen werkelijk ingrijpend zijn en verdienen geen snelle reductie tot wensdenken. Toch vragen zij om terughoudende taal. Wat ervaren wordt als nabijheid, teken of voortgezette band, hoeft niet onmiddellijk te worden vastgelegd als bewijs dat het persoonlijke ik herkenbaar blijft voortbestaan. Juist daar is behoedzaamheid nodig. De ervaring mag blijven staan, maar de conclusie die eruit wordt getrokken, moet open blijven.


Een veldfilosofische benadering scherpt dit onderscheid aan. Bewustzijn verschijnt niet als bezit van het persoonlijke ik, maar als getransformeerd veld waarbinnen ervaring mogelijk wordt. Het persoonlijke ik verschijnt in het actuele NU als belichaamde ordening binnen dat veld. Het heeft een lichaam, een perspectief, relaties en een biografische vorm. Wanneer die situering wegvalt, kan niet zomaar worden aangenomen dat dezelfde ik ordening herkenbaar blijft voortbestaan. Dat het veld blijft, betekent niet dat het persoonlijke verhaal elders wordt voortgezet. Tijdens het leven draagt het veld mijn bestaan, maar het behoort niet aan mij toe.


Reïncarnatie raakt aan dezelfde kwestie. Als mythisch beeld kan zij verlies, schuld en onrecht draaglijk maken. Als gesloten systeem kan de voorstelling van reïncarnatie het persoonlijke ik juist kosmische proporties geven. Iemand is dan niet alleen deze mens in dit leven, maar ook drager van vorige levens, karmische lessen en een lange zielsgeschiedenis. Het persoonlijke ik krijgt dan niet minder gewicht, maar juist meer doordat het een continuïteit over vele levens krijgt toegeschreven.

 

Spiritualiteit wordt misleidend wanneer zij de tragiek van het bestaan niet werkelijk verdraagt. Ziekte, verlies en toeval worden dan te snel opgenomen in een schema van les, opdracht of teken. Zulke duidingen kunnen troosten, maar zij kunnen de ervaring ook onteigenen. Niet elk lijden vraagt om betekenis. Soms vraagt het om aanwezigheid. Wie rouwt of ziek is, hoeft niet meteen te horen dat de ziel een bestemming volgt, dat het lichaam een boodschap geeft of dat pijn nodig was voor groei. Wanneer spiritualiteit zegt dat alles een reden heeft, kan zij de schuld terugleggen bij degene die lijdt. Dan verandert troost in impliciete beschuldiging.

 

Ook in de Bijbelse traditie wordt verteld over het gevaar van geestelijke taal die niet werkelijk bevrijdt. In Matteüs 7,15 waarschuwt Jezus voor valse profeten. In Matteüs 7,16 verschuift hij de aandacht naar de vrucht van hun spreken. Niet de verheven toon beslist, maar de uitwerking in het leven. Jeremia 6,14 bekritiseert religieuze stemmen die geruststelling bieden terwijl het lijden blijft bestaan. Daar wordt troost misleidend, omdat zij de wond te snel bedekt. In de eerste brief van Johannes, 4,1, klinkt vervolgens de oproep om de geesten te beproeven. Spiritualiteit wordt daarmee niet verworpen, maar aan onderscheiding onderworpen. De vraag is wat zij teweegbrengt. Verdiept zij de aanwezigheid in het actuele NU? Maakt zij het ik doorzichtiger? Verdraagt zij twijfel en tragiek? Of versterkt zij afhankelijkheid, interpretatiedwang, zelfverheffing en afweer van kritiek?

 

Misleidende spiritualiteit plaatst het ego op een voetstuk en noemt dat openheid, groei of vertrouwen. Zij laat het ego zijn centrale positie behouden, terwijl zij spreekt over overgave. Zij eigent zich het mysterie toe, dwingt betekenis af, maakt van tragiek een schema en verandert de dood in een doorgang voor persoonlijke voortzetting. Dienstbare spiritualiteit werkt anders. Zij maakt het ego doorzichtiger. Zij belooft geen verheven identiteit. Zij laat betekenis verschijnen zonder haar vast te zetten. Zij laat de dood een grens blijven en houdt het tragische open. Zo brengt zij de mens dieper in het concrete leven. Zij begint waar het ik zijn centrale aanspraak verliest en ervaring opnieuw kan verschijnen binnen het veld dat haar draagt.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page