top of page

Ruimte voor betekenis

22 jul
5 minuten om te lezen

In mijn vorige blog beschreef ik dat de mens niet alleen zintuiglijk ontvankelijk is, maar ook ontvankelijk voor betekenis, waarde, richting, inzicht en geweten. Beide vormen van ontvankelijkheid komen in de ervaring samen. We zien niet alleen tranen bij de ander, maar ervaren ook zijn verdriet. We horen niet alleen woorden, maar ontvangen een verwijt, een vraag of een geruststelling. In deze blog wil ik niet opnieuw uitleggen dát deze dubbele ontvankelijkheid bestaat. Ik wil onderzoeken wat er gebeurt wanneer de samenkomst tussen beide sterker of zwakker wordt.

 

Die samenkomst verloopt namelijk niet altijd even goed. Twee mensen kunnen dezelfde gebeurtenis meemaken en er toch heel verschillend door worden geraakt. Ook dezelfde persoon kan op het ene moment openstaan voor wat er gebeurt en op een ander moment vrijwel niets toelaten. Daarom gebruik ik het begrip responsiviteit. Responsiviteit betekent dat iemand door de betekenis van een concrete situatie wordt geraakt en daarop spontaan antwoordt. Dat antwoord ontstaat niet pas nadat het bewuste ik alles rustig heeft overwogen. Het begint eerder, in de manier waarop de situatie resoneert en in hem doorwerkt.

 

Niet alles wat onze zintuigen ontvangen, krijgt meteen betekenis. We horen verkeer in de verte, voelen de druk van kleding op onze huid en zien de omgeving aan de rand van ons gezichtsveld. Die indrukken zijn wel aanwezig, maar zij blijven vaak op de achtergrond. Tegelijk dient zich innerlijk ook van alles aan. Een gedachte komt op, een herinnering meldt zich, een intuïtie verschijnt of een gevoel van richting ontstaat zonder dat we al weten waarop het betrekking heeft. Ook dat alles hoeft nog niet direct verbonden te zijn met de actuele situatie. Pas wanneer het zintuiglijke en het transcendente elkaar werkelijk raken, ontstaat een concrete en betekenisvolle ervaring. Dan krijgt de buitenwereld betekenis en krijgt de innerlijke betekenis een concrete grond.

Met dit model kan ook inzichtelijk worden gemaakt waarom inzichten zich vaak gemakkelijker aandienen wanneer de zintuiglijke ontvankelijkheid tijdelijk minder op de voorgrond staat. Veel mensen krijgen goede ideeën tijdens een rustige wandeling, onder de douche, vlak voor het inslapen, bij het ontwaken, in stilte of tijdens meditatie. Zelf sluit ik tijdens een gesprek soms mijn ogen wanneer ik goed wil nadenken. Daardoor neemt de hoeveelheid visuele informatie af en kunnen gedachten, verbanden en mogelijke antwoorden gemakkelijker naar voren komen. De zintuiglijke ontvankelijkheid verdwijnt op zulke momenten niet. De stem van de ander blijft hoorbaar, het lichaam blijft aanwezig en de situatie blijft in het bewustzijn bestaan. Toch kan de transcendente ontvankelijkheid relatief sterker tot actualiteit komen, omdat de concrete buitenwereld op zulke momenten minder beslag legt op de ervaring.

Een inzicht is daarmee echter nog niet voltooid. Een plotselinge ingeving kan veelbelovend lijken, maar zij moet nog worden verwoord, onderzocht en toegepast. Daarna moet de zintuiglijke werkelijkheid dus weer sterker meespreken. Het inzicht moet terugkeren naar de concrete situatie waarin het betekenis kan krijgen. Zo ontstaat een ritme. Eerst treedt de zintuiglijke invloed wat terug. Daarna komt de concrete werkelijkheid weer sterker naar voren. Pas dan kan het inzicht bruikbaar, toetsbaar en werkzaam worden. Dat ritme verklaart ook waarom een ingeving soms volkomen helder lijkt en later toch weinig waarde blijkt te hebben. De betekenis heeft zich dan wel aangediend, maar zij heeft nog onvoldoende concrete grond gekregen.

 

Dit model maakt ook duidelijk waarom gestolde patronen zo’n grote invloed hebben. Mensen zitten vol verwachtingen, biases en eerdere conditioneringen. Zulke patronen helpen ons soms om snel te reageren, maar zij kunnen de werkelijkheid ook al vooraf invullen. Een gestold patroon domineert de ervaring soms sneller dan nieuwe betekenis zich kan aandienen. Een stilte wordt dan onmiddellijk als afwijzing ervaren, kritiek verschijnt meteen als vernedering, afhankelijkheid voelt automatisch als falen en een onbekende persoon wordt direct beoordeeld vanuit bestaande beelden.

Niet ieder patroon vormt daarmee een probleem. Ervaring heeft enige bestendiging nodig om herkenbaar te blijven en in handelen te kunnen worden omgezet. Van gestoldheid is pas sprake wanneer een bestaande ordening niet langer meebeweegt met wat zich opnieuw aandient. Wat eerst houvast bood, gaat dan bepalen wat nog tot ons mag doordringen. Een stilte kan bijvoorbeeld door de ene persoon als rust worden ontvangen en door de andere onmiddellijk als afwijzing. Niet de stilte zelf bepaalt dan de volledige ervaring, maar het patroon dat al gereedligt om haar betekenis vast te leggen.

 

Gestolde patronen verkleinen zo de transcendente ontvankelijkheid die binnen de ervaring tot actualiteit kan komen. Er kan minder nieuwe betekenis, richting en samenhang doordringen. De zintuigen blijven ondertussen vaak goed functioneren. Iemand ziet en hoort wat er gebeurt, maar de betekenis van de werkelijkheid bereikt hem steeds minder. Daarmee wordt ook duidelijk wat een vernauwd neurologisch diafragma doet. Het begrenst wat nog tot de ervaring kan doordringen. Wanneer dat diafragma vernauwt, neemt niet alleen de openheid voor nieuwe betekenis af. Ook de responsiviteit vermindert. De mens wordt dan minder gemakkelijk door de concrete werkelijkheid gecorrigeerd.

 

Ook grote openheid voor de transcendente ontvankelijkheid vormt niet vanzelf het optimum. Nieuwe verbindingen en inzichten krijgen bij een groter neurologisch diafragma gemakkelijker toegang, maar zij moeten nog kunnen worden opgenomen en geordend. Wanneer de toestroom sneller groeit dan de ervaring haar kan vormgeven, kan openheid in overspoeling omslaan. Een dergelijke overspoeling kan bijdragen aan het ontstaan van een manische of hypomane ervaring. Er is dus niet alleen ontvankelijkheid nodig, maar ook voldoende ordening om wat zich aandient te kunnen dragen.

Wanneer de transcendente ontvankelijkheid sterk afneemt, blijft de zintuiglijke werkelijkheid wel aanwezig, maar verliest zij aan betekenis, samenhang en richting. Prikkels dringen nog door, terwijl gedachten, intuïties en nieuwe verbindingen minder gemakkelijk tot de ervaring doordringen. De wereld kan daardoor vlak, zwaar en betekenisloos verschijnen. Wanneer deze verhouding aanhoudt, kan zij bijdragen aan het ontstaan van een depressieve ervaring.

Een vergelijkbare verzwakking van betekenis kan ook morele ongevoeligheid helpen verklaren. Iemand kan de ander zien, diens woorden horen en precies begrijpen wat er feitelijk gebeurt, terwijl diens verdriet, waardigheid of kwetsbaarheid nauwelijks doordringt. Het probleem ontstaat dan niet alleen door een slechte bedoeling. Het kan ook ontstaan doordat de verbinding tussen concrete waarneming en betekenis is verzwakt. Daar begint voor mij de bewustzijnsethiek. Veel ethische theorieën die vrije wil en autonomie als uitgangspunt nemen, beginnen met de vraag wat iemand behoort te kiezen. Zij veronderstellen een individu dat de mogelijkheden overziet en vervolgens voor het goede besluit. Bewustzijnsethiek begint eerder. Zij vraagt onder welke voorwaarden het goede überhaupt in de menselijke ervaring kan verschijnen.

 

Voordat iemand goed kan handelen, moet hij nog kunnen ontvangen wat goed, waardevol en passend is. Regels kunnen daarbij helpen en reflectie kan een antwoord ondersteunen, maar regels kunnen de levende ontmoeting niet vervangen. Wie de ander niet werkelijk meer als ander ontvangt, kan morele woorden blijven gebruiken terwijl de onderliggende gevoeligheid verdwijnt. De ander wordt dan een middel, een bedreiging, een bezit, een concurrent of een bevestiging van het eigen gelijk. Vrijheid ligt daarom misschien niet allereerst in het maken van een onafhankelijke keuze. Vrijheid ontstaat waar nieuwe betekenis nog kan doordringen, waar oude patronen kunnen worden losgelaten en waar de concrete werkelijkheid ons nog kan corrigeren.

 

Moraal begint dan niet bij beheersing, maar bij ontvankelijkheid. We hoeven daarbij niet zonder patronen te leven. We moeten voorkomen dat onze ordeningen zich sluiten voor wat zich opnieuw aandient. Alleen dan blijft resonantie mogelijk.

 

Wie deze gedachtegang fundamenteler wil doorgronden, kan de

bijlage Bewustzijnsethiek II openen.

Daar werk ik het begrippenkader, de formule, de responsiviteit, het diafragma

en de ethische consequenties uitgebreider uit.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page