Verstaat de mens zichzelf?
- Marc Cornelisse
- 13 feb
- 3 minuten om te lezen
We raken massaal uitgeput. Burnout is geen incident, maar een toestand waarin veel mensen terechtkomen. Depressie is geen uitzondering, maar een collectieve verarming van betekenis. Angsten spelen bij velen onder de oppervlakte een dominante rol. Eenzaamheid is een social taboe, ondanks de hoge mate van digitale verbondenheid. Jongeren moeten zichzelf eerst ontwerpen alvorens een plek in onze samenleving te verdienen. Volwassenen moeten zich permanent legitimeren om überhaupt te mogen bestaan. Al dit lijden is geen noodlot of een bijwerking van de vooruitgang, maar een gevolg van het mensbeeld dat we zijn gaan omarmen.
Wij hebben onszelf op een voetstuk geplaatst. Wij hebben onszelf opgevat als de autonome oorsprong van onszelf. Wij hebben de mens verteld dat hij zijn leven moet maken, sturen, optimaliseren en verantwoorden. Wij hebben vrijheid gelijk gesteld aan zelfbepaling en verantwoordelijkheid aan verdienste. Wij hebben controle verheven tot hoogste deugd. Wij hebben het denken losgekoppeld van ervaring en het ego tot centrum verklaard van ons universum. En nu bezwijkt de mens onder deze last, een last die hij nooit had kunnen dragen.
De crises die wij ervaren, zijn de onthulling van de grenzen aan dit mensbeeld. Ecologische uitputting komt voort uit dezelfde grondhouding die ook het innerlijk uitput. Polarisatie weerspiegelt dezelfde fixatie van maakbaarheid, die ook het persoonlijke denken domineert. En meritocratie is slechts één van de symptomen waarin waarde wordt gekoppeld aan prestatie en bestaan afhankelijk wordt van bewijs. Het is een verklaringsmodel geworden voor het succes en falen van de individuele mens. Maar de mens brengt zichzelf niet voort. De mens is een geworpene in deze wereld.
Alles is resonantie. De werkelijkheid is geen verzameling geïsoleerde eenheden, maar een dynamisch veld waarin energie en betekenis zich voortdurend moduleren. En ook de mens verschijnt als een tijdelijke configuratie binnen dat veld. Menszijn gebeurt. Het ik is daarbij geen eerste oorzaak, maar komt voort uit de ordening binnen ervaring. Door de toekenning van een bepaaldheid aan het ik, is de vertekening ontstaan die onze cultuur momenteel beheerst. Denken is veranderd in beheersen. Controle is een permanente houding geworden. Identiteiten zijn rigide geworden. Erkenning is een vereiste geworden. Het leven is hiermee één groot project geworden. Waar resonantie is vervangen door fixatie, ontstaat verstarring, schaamte, competitie en structurele uitputting. Hier stuiten we op de kern van het lijden. Maar dit kan anders.
De waarde van ieder mens is er altijd al. Die waarde hoeven wij niet te verdienen en wij hoeven haar ook niet te bewijzen, omdat wij deel uitmaken van een groter geheel. Wij hebben ons eigen bestaan niet zelf voortgebracht en wij dragen er niet de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor dat wij er zijn. Binnen dat grotere geheel gaat het niet in de eerste plaats om controle of zelfhandhaving, maar om responsiviteit. Dat betekent dat wij kunnen reageren, afstemmen en resoneren in het veld dat ons omringt en waar wij zelf deel van uitmaken. In die resonantie ligt een diepere vorm van vrijheid, die verschilt van de vermeende keuzevrijheid waarin alles van ons zou afhangen. Wanneer wij ons mensbeeld in deze richting bijstellen, vermindert het lijden, omdat veel spanning voortkomt uit het idee dat wij onszelf voortdurend moeten rechtvaardigen en ons bestaan moeten veiligstellen. Dat verandert wanneer wij het ik niet langer zien als een vaste substantie, maar als een functie binnen ervaring. Het ik is dan geen onveranderlijke kern die verdedigd moet worden, maar een tijdelijke ordening die ontstaat uit wat wij beleven en uit de manier waarop ervaringen samenhangen. Wanneer het denken verbonden blijft met wat wij daadwerkelijk ervaren, verliest het zijn neiging om eindeloos in cirkels rond te draaien. Het hoeft niet meer zichzelf te bewijzen of zichzelf te bevestigen. En wanneer controle haar absolute status verliest, ontstaat er opnieuw ruimte voor afstemming, omdat wij ons dan kunnen bewegen binnen het geheel waarvan wij altijd al deel uitmaakten.
Dit alles is geen wensgedachte en evenmin een morele oproep. Het volgt uit een consistente filosofie die ik in de loop van jaren heb ontwikkeld en waarin dit mensbeeld stap voor stap wordt onderbouwd. Wat hier misschien klinkt als een cri de coeur, berust niet op gevoel of overtuiging, maar op een fundamenteel uitgewerkte denklijn die intern samenhangend en filosofisch verantwoord is.
Zolang wij uitgaan van het idee dat de mens zichzelf moet construeren en rechtvaardigen, zullen wij de druk en het lijden die daaruit voortkomen blijven voelen. Werkelijke verlichting van dat lijden vraagt om een fundamentele herziening van ons mensbeeld.
Nee, de mens verstaat zichzelf niet, en dreigt zich helemaal te verliezen in AI-compagnons nadat hij zich al verstopte op sociale media...