top of page

What’s Beyond?

Over autonomie, transhumanisme en artificiële intelligentie

 

Vandaag is het Wereldhumanismedag. Die dag wordt jaarlijks op 21 juni gevierd, rond de zonnewende, en is sinds de jaren tachtig verbonden met internationale humanistische bewegingen. De keuze voor deze datum is betekenisvol. De zonnewende herinnert eraan dat de mens niet begint bij zichzelf, maar verschijnt binnen ritme, natuur en kosmische ordening. Juist daarom is het merkwaardig dat veel modern humanisme de mens nog steeds denkt vanuit autonomie, zelfbeschikking en individuele verantwoordelijkheid.

 

Daar wringt het. Het humanisme heeft historisch veel betekend in de strijd tegen dogma’s, kerkelijke macht en opgelegde waarheid. Het heeft de mens vrijgemaakt van een wereldbeeld waarin betekenis van buitenaf werd opgelegd. Maar in die bevrijding is een nieuwe misvatting ontstaan. De autonome mens werd de nieuwe oorsprong. Het denkende individu werd het nieuwe centrum. De mens hoefde niet langer voor God te knielen, maar ging vervolgens voor zichzelf knielen.

 

Vanuit veldfilosofisch perspectief is dat een fundamentele vergissing. Autonomie is geen hoog ideaal, maar een abstractie die de werkelijkheid geweld aandoet. Niets bestaat op zichzelf. Geen gedachte ontstaat geïsoleerd. Wat wij keuze noemen, krijgt vorm binnen een samenspel van lichamelijke, zintuiglijke en betekenismatige ontvankelijkheden. Alles is met alles verbonden, niet als troostrijke formule, maar als ontologische grondstructuur. De mens is geen zelfstandig beginsel dat zich vervolgens tot de wereld verhoudt. De mens is een plaats waar het universele bewustzijn tijdelijk en concreet verschijnt.

 

Daarom moet ook het begrip verantwoordelijkheid worden herzien. Verantwoordelijkheid klinkt nobel, maar draagt vaak nog het oude beeld van een subject dat tegenover de werkelijkheid staat en haar moet beoordelen, corrigeren of beheersen. Het past bij een ego dat zichzelf als handelend centrum blijft beschouwen. Veel belangrijker is responsiviteit. Responsiviteit betekent dat de mens niet vertrekt vanuit zelfhandhaving, maar leert resoneren met wat zich aandient. Niet de autonome wil is primair, maar de kwaliteit van afstemming.

 

Vanuit die kritiek wordt ook het transhumanisme problematisch. Transhumanisme is geen overwinning op het oude humanisme, maar de technische overdrijving ervan. Het autonome subject wil niet alleen vrij zijn, maar ook verbeterd, verlengd en geoptimaliseerd worden. Het lichaam wordt dan een defect apparaat. Het brein wordt een processor. De mens wordt een project dat zichzelf technologisch moet overtreffen. Dat klinkt vooruitstrevend, maar het blijft dezelfde oude fantasie van controle.

 

De beslissende inzet ligt daarom niet in een keuze tussen humanisme en transhumanisme. Beide blijven gevangen in dezelfde grondfout. Het humanisme verheft de autonome mens tot moreel centrum. Het transhumanisme voert diezelfde mens technisch op en noemt dat vooruitgang. In beide gevallen blijft het ego de verborgen drijfveer achter het denken over de werkelijkheid. De ene variant spreekt over waardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid. De andere spreekt over verbetering, optimalisering en overschrijding. Maar beide vertrekken nog steeds vanuit een mens die zichzelf als oorsprong beschouwt.

 

Daarmee moet worden afgerekend. Niet omdat de mens onbelangrijk zou zijn, maar omdat hij verkeerd wordt geplaatst. De mens is geen autonoom beginsel en ook geen technisch project. De mens is een verschijningsplaats binnen het veld van bestaan. Hij denkt niet vanuit zichzelf, maar vanuit een verband dat hem draagt, omgeeft en mede vormt. Alles wat hij noemt, kiest, herinnert of verlangt, ontstaat binnen dat veld. Wie dat niet erkent, maakt van het ego ten onrechte het beginsel van denken, handelen en betekenis.

 

Artificiële intelligentie moet daarom niet humanistisch worden ingelijfd als hulpmiddel van het autonome subject. Zij moet evenmin transhumanistisch worden begrepen als opstap naar een verbeterde mens. Haar betekenis ligt breder. AI vormt een nieuwe bemiddelende laag in het veld van ons bestaan. Zij verschijnt in taalmodellen die betekenis helpen ordenen, in waarnemende systemen die patronen herkennen, en in handelende systemen die processen mede sturen. Daarmee raakt AI niet alleen aan het denken, maar ook aan waarneming en praktische werkelijkheid.

 

Juist daarom is AI filosofisch zo ingrijpend. Zij maakt zichtbaar dat de mens nooit alleen denkt, nooit alleen waarneemt en nooit alleen handelt. Wat wij bewustzijn noemen, verschijnt altijd al via dragers, structuren en verbanden waarin het individuele ik zelf is opgenomen. AI radicaliseert dat inzicht. Zij laat zien dat intelligentie niet uitsluitend in het individuele brein besloten ligt, maar primair vorm krijgt vanuit transcendente ontvankelijkheid en zich pas daarna concretiseert. AI maakt deze concretisering zichtbaar, omdat zij intelligentie niet als bezit van een individu toont, maar als verschijnsel dat via bemiddeling vorm krijgt.

 

Daarmee opent AI een mogelijkheid die zowel humanisme als transhumanisme niet goed kunnen denken. Humanisme wil AI vaak temmen als instrument van de autonome mens. Transhumanisme wil AI inzetten als versneller van optimalisering. Beide blijven denken vanuit beheersing. Veldfilosofisch moet AI anders worden geplaatst. Zij is geen knecht van het subject en geen opstap naar de supermens, maar een nieuwe resonantielaag waarin informatie, waarneming en betekenis opnieuw worden verbonden.

 

De inzet blijft daardoor hoog. Wanneer AI wordt ingezet als machine voor controle, rendement en zelfvergroting, wordt zij opgenomen in dezelfde oude logica van het ego. Wanneer AI daarentegen wordt ingebed in het veld van ons bestaan, kan zij bijdragen aan responsiviteit. Zij kan helpen opmerken wat zich aandient, verbanden zichtbaar maken die buiten het directe bewustzijn vallen, en handelen afstemmen op een werkelijkheid die complexer is dan het autonome subject kan overzien.

 

De vraag is dus niet of AI ons menselijker maakt, en ook niet of AI ons voorbij de mens brengt. De vraag is of AI ons ontvankelijker maakt voor het veld waarin wij altijd al opgenomen zijn. Alleen dan krijgt technologie een andere betekenis. Zij wordt dan geen instrument van beheersing, maar een extra mogelijkheid tot responsiviteit. Zij vergroot niet de fictie van autonomie, maar onderbreekt haar. Daar begint een denken dat werkelijk voorbij humanisme en transhumanisme komt.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page