top of page

Woorden die iets teweegbrengen

3 okt
6 minuten om te lezen

In mijn vorige blog schreef ik over transcendentale ontvankelijkheid en over de gedachte dat de mens niet de autonome oorsprong van zijn ervaring is. Wat zich aandient, wordt ontvangen en krijgt in de ervaring gestalte. Ook de ander maakt deel uit van dat gebeuren. Juist daarom kan een enkel woord van die ander soms iets veranderen wat we zelf niet meer in beweging kregen.

 

Dat wordt bijzonder zichtbaar bij schuld, zondebesef, berouw en spijt. Vrijwel iedereen kent wel een situatie waarin iets uit het verleden blijft knagen. Misschien heb je iemand gekwetst, teleurgesteld of tekortgedaan. Misschien heb je iets gezegd waarvan je later wenst dat je het nooit had uitgesproken. Dan kan er iets merkwaardigs gebeuren. De ander zegt dat het goed is, dat hij het heeft losgelaten en dat je het niet langer hoeft mee te dragen. Soms verdwijnt het schuldgevoel vervolgens bijna onmiddellijk. Het verleden verandert niet, maar de betekenis ervan wel. Wat zwaar op iemand drukt, kan na enkele woorden van de ander plotseling zijn greep verliezen. Er kan dan iets ontstaan wat bijna als verlossing wordt ervaren.

 

De kerk kent voor zo’n betekenisverandering een eeuwenoude vorm. In de biecht spreekt de priester de absolutie uit, de vrijspraak van zonde en schuld. Die woorden beschrijven niet alleen dat vergeving mogelijk is, maar voltrekken binnen de religieuze werkelijkheid ook iets. In die zin werken zij performatief, omdat het uitspreken zelf deel uitmaakt van wat er gebeurt. Juist die performatieve betekeniswerking interesseert mij, omdat zij zich allerminst tot de kerk hoeft te beperken.

 

Vanuit die gedachte introduceer ik het begrip alledaags absolutisme. Daarmee bedoel ik de mogelijkheid dat woorden, houding en betekenisvolle aanwezigheid van een ander gestolde patronen rond schuld, zonde, berouw en spijt kunnen fluïdiseren. Het principe van absolutie wordt daarmee doorgetrokken van de kerkelijke context naar het intermenselijke verkeer. Niet als formele vrijspraak, maar als een betekenisvolle ontmoeting waarin iets wat vastzat opnieuw in beweging kan komen.

 

Binnen mijn filosofie ligt het probleem namelijk niet primair in het schuldgevoel zelf. Dat gevoel vormt eerder een resultante van een gestold domein. Een gebeurtenis uit het verleden kan zich zo sterk vastzetten in de betekenisgeving dat zij telkens opnieuw in het heden wordt geactualiseerd. Berouw kan daarbij een opening naar verandering vormen, maar het kan eveneens stollen wanneer iemand zichzelf voortdurend blijft berechten.

 

Juist daar krijgt de ander een bijzondere therapeutische betekenis. Wanneer degene die rechtstreeks betrokken was zegt dat het goed is, dat de schuld niet langer tussen beiden in staat of dat vergeving mogelijk is, kan die uitspraak iets losmaken wat iemand zelf niet meer kon losmaken. Niet alleen de woorden doen ertoe. Ook de houding van de ander bepaalt hun werking. Een uitgesproken vergeving die innerlijk niet wordt gedragen, zal weinig veranderen. Performatieve betekeniswerking vraagt dus om taal die werkelijk in een relationele werkelijkheid wordt gedragen.

 

Daarmee ontstaat onmiddellijk een moeilijke vraag. Is de ander bereid te vergeven?

Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Niemand kan tot vergeving worden verplicht en niemand heeft recht op vergeving. Wie gekwetst is, kan ervaren dat vergeving nog niet mogelijk is of misschien zelfs nooit mogelijk zal worden. Alledaags absolutisme mag die positie niet overslaan. Tegelijk wordt ook het onvermogen om te vergeven filosofisch interessant. Woede, gekwetstheid, teleurstelling of behoefte aan erkenning kunnen immers eveneens stollen. Daarmee wordt niet gezegd dat die emoties onterecht zijn. Wel ontstaat de vraag wat het vasthouden aan het gebeurde met de ervaringsvrijheid van de gekwetste zelf doet.

 

Hier verschijnt wederkerigheid. De één kan gestold raken in schuld en de ander in gekwetstheid. De één verlangt misschien naar absolutie en de ander naar erkenning, berouw of toenadering. Beiden kunnen daardoor op verschillende manieren aan dezelfde gebeurtenis gebonden blijven.

 

Voor dit betoog ga ik uit van relaties die beide betrokkenen willen behouden. Juist dan kan een lastige patstelling ontstaan. Degene die schuld of berouw ervaart, kan wachten op vergeving, terwijl de gekwetste juist wacht op erkenning of een eerste beweging van de ander. Beiden willen verder, maar geen van beiden weet wie het ijs moet breken. Een eenvoudige oplossing bestaat daarvoor niet. Wel komt hier responsiviteit in beeld. Zij vraagt niet wie volgens een vaste regel als eerste aan zet is, maar wie ontvankelijk kan worden voor wat de verhouding op dat moment vraagt. Soms kan één gebaar, één erkenning of één zin voldoende zijn om de wederzijdse stolling te doorbreken.

 

Vanuit een non dualistisch perspectief krijgt die wederkerigheid een diepere betekenis. Als mensen niet uiteindelijk als volledig van elkaar afgescheiden werkelijkheden worden opgevat, kan vergeving ook niet alleen worden gezien als iets wat de één aan de ander schenkt. Op het alledaagse niveau blijven er natuurlijk twee mensen met ieder hun eigen ervaring. Tegelijk maken beiden deel uit van één ervaringsdynamiek waarin wat de één zegt, voelt en doet, ook de ander raakt. In die zin is er geen twee.

 

De bevrijdende beweging kan daarom van beide kanten komen. De één kan vergeving uitspreken, terwijl de ander spijt, berouw of erkenning kan tonen. Soms ontstaat de opening zelfs zonder dat iemand schuld vaststelt, doordat beiden opnieuw ontvankelijk worden voor wat er tussen hen gebeurt. Wanneer aan beide kanten iets van de gestolde verhouding loskomt, ontstaat opnieuw ruimte voor responsiviteit. De mogelijke verlossing ligt dan niet uitsluitend in vergeving, maar in het wederzijds weer beweeglijk worden van de relatie.

 

Daarom geef ik binnen mijn filosofie de voorkeur aan responsiviteit boven verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid richt de aandacht gemakkelijk op de vraag wie schuld draagt. Responsiviteit vraagt hoe iemand zich nu tot het gebeurde verhoudt en hoe iemand antwoordt op wat zich in het heden aandient. De gebeurtenis blijft bestaan, maar de verhouding ertoe hoeft niet onveranderlijk te blijven.

 

Niet elke vorm van schuld, zonde of spijt heeft echter betrekking op een ander. Iemand kan ook worstelen met iets wat uitsluitend het eigen leven betreft. Er kan spijt bestaan over een gemiste kans, een verkeerde keuze, een jarenlang gevolgde richting of een beslissing die achteraf als laf, dom of kortzichtig wordt ervaren. In zulke gevallen bestaat er geen direct betrokkene die werkelijk kan vergeven.

 

Toch kan ook daar de ander therapeutisch belangrijk worden. Een goede vriend, een geestelijke of een psycholoog kan woorden spreken die een vastgelopen zelfbetekenis openbreken. Vooral de psycholoog krijgt hier een interessante positie. In zekere zin kan hij iets van de oude functie van de priester overnemen. Hij verleent geen sacramentele absolutie, maar kan wel woorden uitspreken die binnen de therapeutische verhouding performatief werken.

 

Zelfabsolutie blijkt vaak moeilijker. Wie zichzelf probeert vrij te spreken, blijft immers tegelijkertijd degene die beschuldigt en degene die wordt vrijgesproken. Daardoor kan oscillatie ontstaan. Het ene moment spreekt iemand zichzelf toe met mildheid en begrip, terwijl het volgende moment de innerlijke rechter opnieuw verschijnt. De persoon blijft dan bewegen tussen rechter en schuldige. Juist daarom kan een uitspraak van buitenaf soms krachtiger zijn dan een gedachte die iemand zichzelf telkens opnieuw voorhoudt.

 

Misschien zouden we elkaar juist vaker als psycholoog kunnen benutten. Niet in de professionele betekenis van het woord, maar omdat een ander soms precies dat kan zeggen wat binnen het eigen denken niet meer gezegd kan worden. Een vriend, partner of familielid kan door aandacht, erkenning en een paar goed gekozen woorden een gestold patroon helpen fluïdiseren. Daarvoor zijn geen behandelkamer en geen formele therapierelatie nodig. Wel vraagt het om werkelijke ontvankelijkheid voor wat er bij de ander speelt en om woorden die niet oordelen, maar ruimte openen. Juist daarin kan de alledaagse therapeutische kracht van menselijke relaties liggen.

 

De gedachte dat mensen een therapeutische betekenis voor elkaar kunnen hebben, staat overigens niet op zichzelf. De Belgische psychiater Dirk De Wachter heeft vaker de vraag gesteld of we niet elkaars psychiater kunnen zijn. Waar hij vooral de helende betekenis van nabijheid en verbondenheid benadrukt, voeg ik daar de performatieve betekeniswerking van woorden aan toe.

 

Alledaags absolutisme krijgt vooral betekenis bij die schuld, zonde, berouw en spijt die zich afspelen in het gewone menselijke leven. Het gaat dan om gedachten, woorden en handelingen die diep kunnen ingrijpen in een relatie of in de verhouding tot jezelf, zonder dat het strafrecht daarbij in beeld komt. Zodra ernstige strafbare feiten een rol spelen, ontstaan andere vragen over recht, bescherming en vergelding. Die vragen laat ik hier buiten beschouwing. Mij gaat het om de vele situaties waarin geen rechter uitspraak doet, maar waarin iemand zichzelf desondanks wel blijft berechten.

 

Wat gebeurd is, blijft gebeurd. Maar de betekenis ervan hoeft niet voor altijd dezelfde te blijven. Een woord, een gebaar of een houding van de ander kan iets wat gestold raakte opnieuw in beweging brengen. Wanneer dat gebeurt, ontstaat weer ruimte voor responsiviteit en soms zelfs voor iets wat als verlossing wordt ervaren. Juist die mogelijkheid om elkaar door performatieve betekeniswerking weer ervaringsruimte te geven, bedoel ik met alledaags absolutisme.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page