Dragende orde
- Marc Cornelisse
- 27 nov 2025
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 9 dec 2025
Dit betoog sluit aan bij het blog 'Onthullend taalgebruik' en onderzoekt de voorwaarden waaronder niet-zintuiglijke kwaliteiten kunnen verschijnen.
Er bestaat een opvallende spanning in de menselijke ervaring. Mensen herkennen namelijk onmiddellijk kwaliteiten die geen enkele tastbare verschijningsvorm hebben. Mensen herkennen concepten als vertrouwen en samenhang en rechtvaardigheid zonder dat deze zichtbaar of meetbaar verschijnen. Deze herkenning overschrijdt systematisch wat de zintuigen kunnen aanleveren. Zij overschrijdt ook wat het individu kan produceren. Volgens Kant berusten waarneming en begrip op a priori structuren die in het subject aanwezig zijn, zoals de aanschouwingsvormen van ruimte en tijd en de categorieƫn van het verstand. Deze structuren maken het mogelijk dat verschijnselen als objecten en gebeurtenissen worden ervaren, maar zij verklaren niet hoe mensen onmiddellijk kwaliteiten herkennen die geen zintuiglijke vorm hebben. Morele en relationele kwaliteiten vallen buiten de reikwijdte van deze a priori vormen. Daardoor blijft de vraag bestaan hoe het mogelijk is dat mensen dergelijke kwaliteiten toch onmiddellijk herkennen als iets dat zij met elkaar delen. Wat vooronderstelt deze herkenning over de aard van ervaring zelf?
Ā
De natuurwetenschappen laten zien dat ordening nooit uit volledige structuurloosheid kan ontstaan, omdat elk systeem een minimale vorm van samenhang nodig heeft voordat er een herkenbaar patroon kan verschijnen. Neurowetenschappen tonen aan dat het brein ruwe prikkels niet kan omzetten in betekenis zonder reeds bestaande netwerken die bepalen welke kenmerken relevant zijn. Informatietheorie laat zien dat een signaal pas als informatie kan verschijnen wanneer er een voorafgaande structuur aanwezig is die ruis van betekenis kan onderscheiden. Daardoor wordt begrijpelijk dat een subject geen kwaliteiten kan herkennen wanneer het niet al toegang heeft tot een vorm van samenhang.
Ā
Dit vormt een regressie die alleen kan worden gestopt door een ordeningsprincipe dat aan het subject voorafgaat. Deze logische grens wordt in de ervaring zelf voelbaar, omdat mensen niet alleen conceptuele kwaliteiten herkennen, maar ook onmiddellijke atmosferische spanningen die geen zintuiglijke basis hebben. Niet-zintuiglijke kwaliteiten verschijnen onmiddellijk en intersubjectief. Mensen herkennen rechtvaardigheid of vertrouwen, zonder dat deze herkenning kan worden herleid tot fysische eigenschappen of tot individueel opgebouwde concepten. Wanneer deze kwaliteiten in het subject zouden ontstaan, zouden zij variabel en privé moeten zijn, omdat elk subject zijn eigen neurale en biografische geschiedenis heeft. De feitelijke ervaring laat echter het tegenovergestelde zien, omdat de kwaliteiten stabiel en gedeeld verschijnen, en zij doen dat sneller dan welke individuele cognitieve constructie dan ook. Deze observatie vraagt om een moment van reflectie, omdat zij laat zien dat de ervaring zelf meer draagt dan individuele constructie kan verklaren. Dit toont aan dat de structuur die betekenis mogelijk maakt nooit door het subject kan worden geproduceerd. De structuur moet al werkzaam zijn voordat een subject iets kan herkennen of begrijpen. Daardoor is het logischer om te veronderstellen dat zij verschijnt als dragende orde waarop het subject inhaakt en niet als productie van het subject zelf. Mensen ervaren onmiddellijk dat een ruimte gespannen is of dat een ontmoeting open of gesloten aanvoelt, terwijl er geen enkel fysiek feit aanwezig is dat deze ervaring kan verklaren. Deze onmiddellijke gevoeligheid volgt dezelfde structuur als de herkenning van rechtvaardigheid en vertrouwen. Zij toont dat de onderliggende structuur niet alleen de voorwaarden van betekenis vormt, maar daadwerkelijk in de ervaring zelf verschijnt als datgene waarop mensen spontaan en gedeeld reageren.
Ā
Deze gedeelde gevoeligheid maakt duidelijk dat niet-zintuiglijke kwaliteiten niet functioneren als afgeleide interpretaties, maar als primaire verschijningsvormen van ervaring. Mensen herkennen deze kwaliteiten door een onmiddellijk verstaan van wat de situatie draagt. Daardoor verschuift de verklaring van individuele constructie naar gedeelde ontvankelijkheid. De ervaring laat zien dat betekenis niet ontstaat in afzonderlijke bewustzijnen, maar verschijnt in een veld van samenhang dat door mensen wordt opgemerkt, nog voordat zij hun indrukken verwoorden. Deze veldmatige verschijning wordt zichtbaar in uiteenlopende situaties waarin mensen dezelfde richting of kwaliteit ervaren, zonder dat er een zintuiglijke aanwijzing aanwezig is die deze ervaring zou kunnen verklaren. De gedeeldheid van deze waarneming bevestigt dat er een ordenende laag werkzaam is die het individu niet produceert maar ontvangt. Daardoor wordt de aanwezigheid van een dragende ordeĀ niet alleen aannemelijk, maar ook noodzakelijk om de onmiddellijke en collectieve herkenning van niet-zintuiglijke kwaliteiten te kunnen begrijpen.
Ā
De rol van taal laat deze orde nog duidelijker zien. Taal maakt het mogelijk om kwaliteiten te verwoorden die zich niet laten aanwijzen in zintuiglijke gegevens en toch onmiddellijk worden verstaan door anderen. Woorden als openheid, spanning en vertrouwdheid kunnen alleen functioneren wanneer er al een gedeelde structuur aanwezig is waarin deze kwaliteiten kunnen resoneren. De betekenis van zulke woorden kan niet uit het individuele subject voortkomen, omdat geen enkel bewustzijn voldoende variatie of stabiliteit bezit om deze onmiddellijke herkenning te verklaren. De begrijpelijkheid van dergelijke taaluitdrukkingen toont daarom dat de bron van betekenis buiten het individu moet liggen. Taal functioneert als plaats waar de daaraan voorafgaande structuur hoorbaar wordt en niet als instrument waarmee het subject eigen constructies oplegt aan de werkelijkheid. In elke talige uitdrukking wordt zichtbaar dat mensen deelnemen aan een gemeenschappelijke structuur die betekenis draagt nog voordat zij haar benoemen.
Ā
Wanneer deze observaties samen worden genomen ontstaat een helder filosofisch patroon. De onmiddellijke herkenning van niet zintuiglijke kwaliteiten, de gedeelde gevoeligheid voor atmosferische en relationele dimensies en de directe begrijpelijkheid van taal die deze kwaliteiten verwoordt, wijzen op een samenhangende structuur. Deze structuur kan niet worden herleid tot individuele constructie, omdat zij sneller optreedt dan een individu ze kan produceren en omdat zij stabieler en breder gedeeld is dan de individuele ervaring kan verklaren. Zij kan evenmin worden verklaard door louter zintuiglijke gegevens, omdat deze gegevens nooit de kwaliteiten leveren die mensen daadwerkelijk ervaren. Daarmee blijft er één conclusie over. Er moet een dragende orde werkzaam zijn die voorafgaat aan het individu en die zich in de ervaring laat voelen als datgene waarop mensen spontaan en gezamenlijk reageren.
Ā
Deze conclusie vormt geen logisch bewijs in wiskundige zin. Zij vormt een demonstratie die voortkomt uit de voorwaarden waaraan ervaring moet voldoen om mogelijk te zijn. Zij laat zien dat menselijke ervaring niet begint bij het subject, maar bij een veld van ordening dat betekenis draagt. Het individu neemt deel aan deze orde en niet andersom. Taal onthult deze orde doordat zij zichtbaar maakt wat al werkzaam is in het veld van ervaring. Niet-zintuiglijke kwaliteiten verschijnen als manifestaties van deze orde en niet als producten van individuele constructie. Daardoor krijgt deze these een fundament dat overtuigt en noodzakelijk volgt uit de aard van ervaring zelf.



Opmerkingen