top of page

Hoe tijd door ervaring ontstaat

4 dagen geleden
5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 3 dagen geleden

Je hoort de eerste tonen van een bekende melodie. Nog voordat je de titel kunt noemen, herken je haar. De toon die klinkt, staat niet op zichzelf. De vorige klinkt nog mee en samen krijgen ze een betekenis die geen van beide afzonderlijk heeft. Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch gebeurt hier iets opmerkelijks. Als iedere toon volledig zou verdwijnen zodra de volgende klinkt, zou je nooit een melodie horen. Je zou alleen losse klanken ervaren. En als alle tonen zonder onderlinge richting samen aanwezig waren, zou je evenmin een melodie horen. Daarvoor moet de ene toon als eerder en de andere als later verschijnen.

 

Maar hoe ontstaat die volgorde eigenlijk? Gewoonlijk zeggen we dat tonen na elkaar klinken omdat de tijd verstrijkt. Daarmee beschrijven we hun volgorde, maar verklaren we haar nog niet. We plaatsen de ervaringen op een tijdlijn die we al hebben aangenomen. Wat gebeurt er wanneer we bij de ervaring zelf beginnen? Kan haar opbouw verklaren waarom er voor ons een eerder en later bestaat?

 

Binnen de hier ontwikkelde benadering is persoonlijk bewustzijn een gelokaliseerde actualisering van universeel bewustzijn. Die lokalisatie ervaren we als het emergente ik, het perspectief van waaruit de wereld verschijnt. Vanuit dat perspectief krijgt ‘hier’ betekenis en onderscheiden we dichtbij en veraf, binnen en buiten. Ook ervaren we verandering en samenhang. Een toon klinkt terwijl de vorige nog meeklinkt. Hoe ontstaan vanuit dit persoonlijke perspectief zowel ruimtelijke bepaaldheid als het onderscheid tussen eerder en later? Om dat te onderzoeken spreken we van NU momenten. Daarmee bedoelen we ervaringsgehelen met een zekere uitgebreidheid, die elkaar kunnen overlappen. Hun afbakening in het model veronderstelt geen onderbreking van de beleefde continuïteit.

 

Ervaring vertoont een geneste structuur. Daarmee bedoelen we dat een gedeeltelijke vertegenwoordiging van het ene NU moment binnen de samenhang van een ander NU moment is opgenomen. De overlap beschrijft welke inhoud de NU momenten delen, terwijl de nesting beschrijft hoe een bijdrage uit A binnen B is geïntegreerd. Bij een melodie omvat NU moment A de ervaring van toon p. NU moment B omvat de ervaring van toon q en integreert daarbij een bijdrage uit A. Zo krijgt iets uit A een plaats binnen de eigen opbouw van B. Het verklaringsprincipe luidt dat deze integratie gericht is. B omvat een gedeeltelijke vertegenwoordiging van A, terwijl A geen vertegenwoordiging van B omvat. Deze asymmetrische nesting geeft, onder de voorwaarde dat zulke betrekkingen geen gesloten kring vormen, een ordening tussen NU momenten.

 

Zo ontstaat binnen dit verklaringsprincipe een ordening uit de geneste betrekkingen tussen NU momenten. Het NU moment waarvan een gedeeltelijke vertegenwoordiging in een ander is opgenomen, krijgt de plaats van eerder. Het NU moment dat die bijdrage in zijn eigen samenhang integreert, krijgt de plaats van later. Daarmee is hun onderlinge richting gegeven, maar nog geen maat voor de duur. Je kunt ervaren dat de ene toon aan de andere voorafgaat zonder te weten hoeveel seconden ertussen liggen. Een klok maakt het mogelijk die duur te meten. De ordening wordt daarbij ontleend aan de ervaringsstructuur, terwijl de klok een maat toevoegt. Ook de duur van één afzonderlijk NU moment is met die ordening nog niet bepaald.

 

Ook het ervaren heden zelf vraagt aandacht. We ervaren niet alleen afzonderlijke indrukken, maar ook hun overgang. Bij een melodie horen we hoe de ene toon overgaat in de andere. Om die overgang te beleven, moeten beide binnen een samenhangend ervaringsverband beschikbaar zijn. Anders zouden er afzonderlijke ervaringen zijn, terwijl hun overgang nergens werd ervaren. Het actuele NU omvat daarmee een betrekking tussen wat als eerder en later wordt ervaren.

 

Het bereik waarover geordende indrukken binnen één ervaringsgeheel geïntegreerd zijn, noemen we voorlopig de breedte van het NU. Die ervaringsmatige uitgebreidheid mag nog niet zonder onderbouwing worden gelijkgesteld aan temporele duur. Zij biedt wel het aanknopingspunt om te onderzoeken wat NU duur betekent en hoe die kan worden bepaald.

 

Een NU omvat in dit model een niet lege verzameling van geïntegreerde actualiseringen. Wanneer die verzameling verschillende actualiseringen omvat, kan hun betrekking binnen één ervaringsgeheel tot uitdrukking komen. De ervaring omvat dan zowel onderscheid als samenhang. Tussen zulke ervaringsgehelen kan bovendien overlap bestaan. Iets wat in het ene NU aanwezig is, behoort ook tot het volgende. Die gedeeltelijke gemeenschappelijkheid maakt continuïteit mogelijk. Een gesprek, een wandeling of een melodie kan daardoor als een samenhangend gebeuren worden ervaren.

 

Nesting en overlap beschrijven verschillende eigenschappen van de samenhang tussen NU momenten. Overlap betekent dat twee NU momenten gedeeltelijk ervaringsinhoud delen. Dat delen is symmetrisch en geeft op zichzelf geen eerder en later. Door gerichte integratie kan de gedeelde inhoud binnen B een plaats krijgen als gedeeltelijke vertegenwoordiging van A. Daarmee ontstaat een geneste structuur. De overlap maakt deze verbinding mogelijk, terwijl de eenzijdigheid van de vertegenwoordiging haar richting bepaalt. Zo draagt overlap de continuïteit en maakt asymmetrische nesting de volgorde begrijpelijk.



De breedte van het NU hoeft bovendien niet constant te zijn. Binnen dit model kan het bereik van geïntegreerde indrukken groter of kleiner worden. Daarmee kan ook veranderen hoeveel ervaringsinhoud opeenvolgende NU momenten delen.

 

Om die samenhang verder te onderzoeken, kunnen we de NU momenten modelleren als vensters langs een tijdsas. Hun breedte stelt dan de veronderstelde NU duur voor en hun onderlinge afstand het interval tussen hun posities op die as. Deze temporele voorstelling is een aanvullende modelstap. Daarbinnen hangt de overlap af van zowel de vensterbreedte als de onderlinge afstand. Een smaller venster kan voldoende overlap behouden wanneer de vensters dichter op elkaar liggen. Omgekeerd kan de overlap afnemen wanneer hun breedte kleiner wordt ten opzichte van hun onderlinge afstand. In de animatie Dementie kun je onderzoeken hoe veranderende vensterbreedte en onderlinge afstand de overlap beïnvloeden.

 

Dat onderscheid tussen ervaring en ervaringscontinuïteit biedt een aanknopingspunt om dementie binnen dit model te begrijpen. Wanneer de NU vensters smaller worden ten opzichte van hun onderlinge afstand, neemt hun overlap af. Afzonderlijke ervaringen kunnen blijven bestaan, terwijl hun verbinding met andere ervaringen verzwakt. Daarmee wordt voorstelbaar hoe iemand iets kan ervaren zonder dat het voldoende aansluit bij wat daaraan voorafging. De animatie verbeeldt deze verklaring door zichtbaar te maken hoe de overlap afneemt terwijl afzonderlijke ervaringsvensters aanwezig blijven.

 

Binnen dit verklaringsprincipe ontstaat een geneste structuur doordat NU momenten via gedeeltelijke overlap bijdragen uit andere NU momenten in hun eigen samenhang integreren. De overlap draagt de continuïteit. De gerichte integratie geeft de nesting haar asymmetrie en levert daarmee een ordening tussen eerder en later. Die ordening biedt een grondslag voor onze constructie van tijd. Een klok voegt daaraan een maat toe.

 

In ‘De maat van het leven’ heb ik beschreven hoe we ervaringsduur externaliseren door die te koppelen aan regelmatige uitwendige veranderingsprocessen. Hier gaat het om de voorafgaande vraag hoe binnen de ervaring zelf een ordening ontstaat waaraan zo’n uitwendige maat kan worden verbonden.

 

De melodie waarmee we begonnen, krijgt zo een andere betekenis. In het meeklinken van een toon wordt voelbaar hoe ervaring meer omvat dan een los ogenblik. Binnen die samenhang krijgt het onderscheid tussen eerder en later gestalte.


Ook in Genesis verschijnt een opmerkelijk onderscheid tussen tijdsordening en tijdmeting. God scheidt het licht van de duisternis en noemt ze dag en nacht. Het wordt avond en morgen. Daarmee heeft het verhaal al een ritme, terwijl de hemellichten pas op de vierde dag verschijnen. Zij krijgen de taak vaste tijden, dagen en jaren aan te geven. Zo laat het scheppingsverhaal zich lezen als een vertelling waarin onderscheid en afwisseling voorafgaan aan de uitwendige maat. Eerst krijgt het gebeuren een ordening. Daarna verschijnen de hemellichten waaraan die ordening kan worden afgemeten.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe

Ontvang automatisch mijn blogs

© 2020 by Marc Cornelisse. Proudly created with Wix.com

bottom of page