Jij en de ander

Bijgewerkt op: 7 dagen geleden

Zowel het taoïsme, het gnosticisme, als de Advaita Vedanta zijn voor mij inspiratiebronnen waarop ik mijn persoonlijke levensfilosofie heb gebaseerd. In meerdere blogs heb ik hier al eens over geschreven. Ondanks de afgescheidenheid die velen van ons (inclusief ikzelf) regelmatig ervaren, overheerst bij mij het gevoel van oorspronkelijke eenheid en verbondenheid. Mijns inziens uit zich dat in twee fenomenen. Enerzijds representeert ieder mens de volledigheid van het geheel, terwijl de meesten van ons geneigd zijn om (laten we zeggen) ‘het goddelijke’ buiten zichzelf te zoeken. Ik heb deze zienswijze ook wel vergeleken met een eigenschap van het hologram: op elke scherf van een gebroken hologram is de gehele afbeelding te zien, weliswaar met een geringere intensiteit, maar toch. Anderzijds zijn alle mensen via het universele bewustzijn met elkaar verbonden. De gebruikelijke boeddhistische metafoor die dit tracht te verhelderen, is die van golven op de oceaan: elke golf heeft ogenschijnlijk een geïsoleerd bestaan, maar alle golven zijn via de oceaan ten diepste met elkaar verbonden. Ten behoeve van dit blog beperk ik me tot mensen, maar uiteraard heeft het gradueel betrekking op alles wat ‘is’.


Maar goed, terug naar de illusie, de dagelijks voorkomende illusie van afgescheidenheid. Als subject bevind je je tussen objecten, zelfs alle andere mensen zijn dan objecten voor je. De vraag is: wat is op dit niveau van de werkelijkheid de wisselwerking tussen jou en de ander?

We herkennen allemaal het effect van een politieauto die je plots in je achteruitkijkspiegel ziet opduiken. Rijd ik niet te hard? Heb ik m’n gordel wel om? En als de wiedeweerga: weg met dat mobieltje. De blik van een agent heeft blijkbaar een disciplinerende werking op ons. Aan het einde van de 18de eeuw bedacht Jeremy Bentham al het zogenaamde ‘panopticum’, een gevangenis die architectonisch op dit principe gebaseerd is: in het midden een toren van waaruit de bewaker alle cellen die daar omheen zijn gebouwd, kan zien. Zeg maar ‘een koepelgevangenis’. De bewaker kan wel de gevangen zien, maar de gevangen niet de bewaker. Dus zelfs als de bewaker niet op z’n post zat, voelden de gevangen zich toch bekeken. Michel Foucault werkt dit in de 20ste eeuw verder uit en past de metafoor van het panopticum toe om de disciplinering van de mens in gevangenissen, scholen en ziekenhuizen te onderzoeken ten behoeve van respectievelijk de criminologie, de pedagogie en de geneeskunde. Vandaag de dag vervullen publieke camera’s de rol van het panopticum. De voortdurende observatie van ons gedrag, is bedoeld om ons in het gareel te houden. Of is het een groot sociologisch experiment ten behoeve van de antropologie? Big Brother is watching you.


De ervaring dat de ander je in de gaten heeft, doet wat met je. Alleen de suggestie al dat een ander je zou kunnen observeren, is reeds voldoende om je gemoedstoestand te beïnvloeden. Jean-Paul Sartre (1905-1980) beschrijft deze perspectiefwisseling aan de hand van ‘het gluren’. Op het moment dat je in een gang betrapt wordt van het feit dat je door een sleutelgat zit te gluren, verandert je focus plotseling van hetgeen je aan het begluren was, naar jezelf. Daar waar je aanvankelijk nog louter subjectiviteit leek te zijn, verandert de blik van de ander je plotseling in een object. Hierdoor verschijn je ook aan jezelf als object. Je schaamt je rot en vraagt je meteen af hoe je je gedrag naar de ander kunt verantwoorden. Volgens Sartre is dit de transformatie van ‘het-voor-zichzelf-zijn’ (pour-soi) naar het ‘op-zichzelf-zijn’ (en-soi) of anders gezegd: de transformatie van de toestand waarin je bewustzijn op de buitenwereld gericht is, naar de toestand waarin je jezelf alleen nog maar als object ervaart.


Het ‘pour-soi’ is de toestand waarin we geconfronteerd worden met onze vrijheid. We kunnen (aldus Sartre) immers op ieder moment zelf kiezen waarop we ons bewustzijn richten. Maar die toestand boezemt ons ook angst in, angst voor de confrontatie met die vrijheid. Als reactie op die angst, zijn we geneigd om voor die angst te vluchten en ons te verschuilen achter determinatie: (zo van) door je omstandigheden ben je nu eenmaal wie je bent. Dat is wat Sartre gedrag noemt, dat ‘te kwader trouw’ is. Terugkomend op ‘de blik van de ander’, in die blik ervaar je in feite de ontkenning van jouw wereld en daar word je dagelijks - in meer of mindere mate - mee geconfronteerd. Om mens onder de mensen te zijn, is dus best wel complex. De filosofie van Sartre suggereert dus eigenlijk dat je kunt worden wie je wilt, mits je in staat bent om de angst voor jouw vrijheid altijd de baas te zijn. Persoonlijk gaat dat me wel erg ver. De nature-nurture-balans doet mijns inziens meer recht aan wie ik kan zijn.


In de interactie tussen mensen speelt volgens Emmanuel Levinas (1906-1995) nog een ander aspect een belangrijke rol, namelijk: het gelaat van de ander. Op het moment dat de ander je aankijkt, wordt er een appèl gedaan op jouw verantwoordelijkheid (aldus Levinas). Dit betreft overigens geen actieve daad van de ander. Het is blijkbaar een moreel effect dat het gelaat van de ander onbewust op ons heeft, gewoon door zijn andersheid. Je wordt als het ware uitgenodigd tot en belast met een taak tot zorg voor de ander, maar de invulling van die taak is volledig aan jou. Je bent daar vrij in. Die ontstane vrijheid volgt dus op de uitnodiging voor die verantwoordelijkheid. Of anders geformuleerd: je bent vrij, omdat je verantwoordelijk bent.


Twee tijdsgenoten - Sartre en Levinas - die dus een totaal verschillende opvatting over vrijheid hebben. Bij Sartre ontneemt de blik van de ander ons onze vrijheid, doordat deze ons objectiveert. We worden dus ontologisch aangesproken. De blik van de ander wijst je namelijk op jouw zijn. Bij Levinas nodigt het gelaat van de ander ons uit om verantwoordelijkheid te nemen, waarna we deze in vrijheid kunnen invullen. We worden dus moreel aangesproken. Het gelaat van de ander wijst je namelijk op jouw plicht. Het is natuurlijk ook heel goed mogelijk om deze opvattingen naast elkaar te laten bestaan. Soms is het de blik van de ander en soms is het ‘t gelaat van de ander dat ons beroert. De omgang met anderen lijkt zo vanzelfsprekend, maar (vaak) onbewust gebeurt er van alles in ons koppie.

30 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven