Vertrouwen in de politiek

Bijgewerkt op: 4 feb.

Recentelijk heb ik weer veel debatten van de Tweede Kamer gevolgd. Tijdens de meeste debatten ontstond er bij mij al snel een gevoel van ergernis en irritatie, want ondanks steekhoudende argumenten vanuit de oppositiepartijen, gaf de coalitie geen spat toe. Op deze manier hebben die debatten toch geen enkel nut. Alle moties die tijdens het debat op 1 februari jl. over de ‘Goedkeuringswet vierde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19’ zijn ingediend, werden verworpen. Dit lijkt op een hegemonie van de coalitie. Er wordt niet geluisterd naar de maatschappelijke onvrede, de bestuurlijke sensitiviteit lijkt ver te zoeken. Als voorbeeld noem ik hier amendement 35979 nr. 22.


Dit amendement regelt dat het coronatoegangsbewijs (CTB) wordt afgeschaft voor kinderen die jonger zijn dan 18. De inzet van coronatoegangsbewijzen leidt ertoe dat met name kinderen onder een enorme sociale druk staan om zich te laten vaccineren. Zo kunnen kinderen zonder coronatoegangsbewijs niet meer met vriendjes en vriendinnetjes naar de bioscoop of mee naar sociale uitjes.


Kinderen in de leeftijd van 13 tot 18 zijn extra gevoelig voor groepsdruk en sociale uitsluiting. In de praktijk blijkt dat veel kinderen zich louter en alleen laten vaccineren, zodat zij niet worden buitengesloten. Het is in het bijzonder voor kinderen onacceptabel dat zij op welke wijze dan ook onder druk worden gezet om zich te laten vaccineren. Andere redenen dan eventuele gezondheidsvoordelen zouden nooit doorslaggevend mogen zijn bij de keuze om al dan niet een medische behandeling te ondergaan.


Op zich klinkt dit toch alleszins redelijk, maar nee, het is niet wat de coalitie wil.

Als zes mensen geblinddoekt een olifant op verschillende plaatsen betasten en vervolgens een eigenschap van het dier moeten geven, dan zal iedereen met een andere beschrijving komen. Hoe de één de ander ook probeert te overtuigen, de meningsverschillen worden niet beslecht. Alleen de som van alle deelervaringen, geeft een goed beeld van het geheel.


Helaas zijn de debatten in de Tweede Kamer vaak niet meer dan het tegenover elkaar plaatsen van standpunten, met als doel de ander trachten te overtuigen. Niet zelden wordt de ander daarbij beticht van kortzichtigheid, tegenstrijdigheden in zijn betoog of zelfs van het verkondigen van aperte leugens. Waar het aan lijkt te ontbreken, is de wil om er samen uit te komen en aan een actieve momentane inzet van de rede. Wat de debaters lijken te vrezen, is het bereiken van consensus. Wellicht vanwege de angst dat aanpassing van hun standpunt door hun electoraat, als zwichten voor de opvattingen van de tegenpartij wordt gezien.


Elk standpunt van een partij komt achter gesloten deuren tot stand. Tijdens de discussie die tot een standpunt leidt, zijn de gezichtspunten nog min of meer fluïde. Er kan vrijuit van gedachten worden gewisseld. De enig dwingende modulatie tijdens het stollingsproces is de kerngedachten van de partij zelf. Maar los daarvan, hier is sprake van een werkelijk debat. Na afloop van de partijbijeenkomst is haar standpunt echter in beton gegoten. Het eerste moment waarop een partij concessies moet doen aan haar standpunten, is in de situatie dat zij aan de onderhandeltafel komen te zitten voor een mogelijke coalitiebespreking. Gezien de duur van de laatste formatieperiode (299 dagen), is het overbodig om te vermelden dat dit voor alle deelnemende partijen een moeizaam proces is.


Een eenmaal ingenomen partij- of coalitiestandpunt wordt met man en macht verdedigd. Deze halsstarrigheid is de dood voor het politieke debat. Van een constructief debat is zelden nog sprake. Wanneer vinden partijen elkaar nog? Tijdens de eloquente verwoording door de woordvoerder van een zienswijze, doen andere politici alle moeite om deze met - steeds vaker disruptieve - interrupties te bekritiseren. Zonder enig resultaat overigens, immers: de standpunten zijn gestold, ze zijn in beton gegoten. En de woordvoerder is natuurlijk niet gemandateerd om van het officiële standpunt af te wijken. Nee, dit verdient allemaal geen schoonheidsprijs. In het geval van een meerderheidskabinet heeft de oppositie vaak het nakijken. Het is stikken of slikken en tekenen bij het kruisje.


Terugkomend op het hierboven aangehaalde amendement, zou het toch getuigen van democratische sensibiliteit, indien op dialectische wijze een dergelijk voorstel zou worden overgenomen?

  • Alle mensen moeten beschikken over een CTB (these)

  • Voor kinderen tot 18 jaar is een CTB sociaal onwenselijk (antithese)

  • Een CTB is verplicht voor alle mensen ouder dan 18 jaar (synthese)

Maar nee, nogmaals, alle moties zijn met een pennenstreek door de coalitiepartijen verworpen. Waarom zou alleen de coalitie altijd het gelijk aan haar zijde hebben? Komt dat doordat de parlementaire democratie in dit versnipperde politieke landschap gewoon niet goed werkt? Of hebben we hier te maken met de arrogantie van de macht?


In de discussie lijkt het louter te gaan om winnen of verliezen. Hoe mooi zou het zijn als men in de dialoog volstaat met het vergelijken van standpunten en het oordeel opschort. Deze uitwisseling van standpunten wordt een comparitie genoemd, een vorm waarbij respect voor de ander en diens zienswijze de norm is. En ja, er is dan een derde partij nodig - bijvoorbeeld een commissie van wijzen - om alle ingebrachte voorstellen in hun samenhang te wegen en deze om te zetten naar beleid. Iedere partij wil zich per slot van rekening in meer of mindere mate kunnen vinden in het nieuwe beleid. Ik maak me oprecht zorgen over ons mooie landje. Momenteel gaat er te veel mis en dat is niet in de laatste plaats te wijten aan de politiek. Het is nodig tijd voor verandering. Laat die frisse wind maar waaien.

34 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven