Dromen

Bijgewerkt op: okt 8

Onze slaapcyclus duurt gemiddeld 80-100 minuten. Tijdens je nachtrust herhaalt deze cyclus zich 4 à 5 keer. Vanaf het moment dat je in bed kruipt, val je in de regel na een paar minuutjes in slaap. De eerste fase van ‘lichte slaap’, duurt ongeveer een uurtje en gaat over in de fase van ‘diepe slaap', die ongeveer 20 minuten duurt. Dit is de fase waarin je lichaam het beste recupereert. Via een korte periode van ‘matige slaap’, kom je in een REM-slaap (Rapid Eye Movement), zeg maar de droomfase van je slaapcyclus, die 15 minuten duurt.


Het korte middagdutje van ongeveer een half uur, ik ben er aan verslaafd geraakt, is dus de periode van ‘lichte slaap’. Zodra ik een horizontale positie op mijn bank inneem en m’n ogen sluit, bevind ik me binnen enkele minuten in een vaak absurde realiteit. Ik ervaar de wereld vanuit een soort slaap-waaktoestand, waarin bijna alles mogelijk lijkt. Soms hoor ik mezelf praten tegen bijvoorbeeld één van mijn dochters, waarvan ik ‘zeker weet’ dat die op dat moment in mijn huiskamer is. Een andere keer ben ik een serie aan het kijken, die ik prima kan volgen ondanks dat de televisie uit staat. Ook beleef ik regelmatig meer surrealistische voorvallen of open ik m’n ogen en is wand waarop mijn klok (met slinger) hangt, het plafond. Regelmatig waan ik me op een andere positie in mijn kamer. Laatst was ik een testament aan het voorlezen, maar na het horen van mijn stem opende ik kort mijn ogen en zag ik dat ik helemaal geen papier in mijn handen had. Ik was weer geflest. Het komt ook weleens voor dat ik me op een andere locatie bevind. Zo was ik getuige van een ongeluk van een auto met caravan. Heel vaak komt het zeer realistisch op me over, alsof het echte gebeurtenissen waren. Dan vraag ik me serieus af welke fenomenen in mijn bewustzijn, ik als betrouwbaar mag beschouwen. Zhuang Zi (369-286 v. Chr.) formuleerde dat als volgt:


Afgelopen nacht droomde ik dat ik een vlinder was …

En nu weet ik niet meer of ik een mens ben die droomde een vlinder te zijn,

of misschien ben ik wel een vlinder die nu droomt dat hij een mens is …


Desalniettemin voel ik me na mijn powernap altijd uitgerust en heb ik hernieuwde energie voor mijn middagactiviteiten.


Volgens de filosoof Edmund Husserl (1859-1938) is de wereld van objecten volledig afhankelijk van de menselijke ervaring. Hij noemde dat intentionaliteit, wat zoveel betekent als de verbondenheid van ons bewustzijn met het object van waarneming. Deze zienswijze doet overigens sterk denken aan de Kopenhaagse interpretatie van de kwantumfysica (zie daarvoor mijn blog 'Verstrengeling'). Wat op zich niet vreemd is, want beide theorieën zijn in dezelfde decennia ontwikkeld. Zonder de waarneming zouden de dingen niet bestaan, wat leidt tot de vraag: ‘Bestaat de maan wel als er niemand naar kijkt?’. Volgens Husserl ervaren wij alles in de tijd ten gevolge van de spanning (tentie) tussen wat is geweest en hetgeen nog moet komen. We begrijpen een zin, omdat bij het voorlezen ervan de voorlaatste woorden nog in ons bewustzijn aanwezig zijn, zodat de zin logisch wordt door elk volgende woord dat wordt uitgesproken (retentie). En bij het horen van een bekend liedje zijn we instaat om de tonen die volgen in sequentie in ons bewustzijn op te roepen (protentie). Volgens Husserl was de inhoud van onze waarnemingen, gedachten en herinneringen, het enige onbetwijfelbare in ons bestaan (hierbij ging hij dus verder dan de vaststelling van René Descartes (1596-1650): ik denk, dus ik ben). Deze inhouden (fenomenen) vormden het fundament waarop hij de filosofie als volwaardige wetenschap wilde opbouwen. Zijn theorie wordt dan ook wel de fenomenologie genoemd. Over de wereld buiten ons bewustzijn moeten we ons oordeel opschorten of op zijn minst even ‘tussen haakjes plaatsen’ (einklammern), omdat we voor het bestaan ervan geen sluitend bewijs hebben en het voor de filosofie bovendien irrelevant is (aldus Husserl). Hier lezen we duidelijk de invloed van Immanuel Kant. Tijd en ruimte worden - volgens Kant - in ons hoofd toegevoegd aan hetgeen wij waarnemen. De dingen in de wereld kunnen we dus niet echt kennen, omdat ze altijd een synthese zijn van de waarneming en onze aanschouwingsvormen (van in dit geval tijd en ruimte).


Maar hoe zit dat dan bij dromen? Ook droombeelden zijn immers verschijningen aan ons bewustzijn (en dus fenomenen). Dromen doen zich echter voor als we zijn afgeschermd van de buitenwereld. Blijkbaar zijn dromen dus het product van prikkels die uit ons brein voortkomen en die door datzelfde brein zo logisch mogelijk (zoals in de waaktoestand) aanééngeregen worden. Zodra we wakker worden en ons de droom herinneren, bespeuren we echter al snel een aantal incongruenties (vreemde decors), onzekerheden (ongedefinieerde situaties) en discontinuïteiten (abnormale transformaties van personen, locaties of tijden) in de droom. Dat zijn de kenmerken waaruit we kunnen afleiden dat het inderdaad een droom betrof.


De bij de droom behorende emotionele toestand kunnen we vaak nog terughalen. Soms is dat plezierig, maar in het geval van angst of verdriet kan dat ook heel vervelend zijn. Gelukkig dooft die emotie snel uit. En van sommige dromen kun je het jammer vinden te moeten vaststellen dat het slechts een droom was, terwijl je bij andere dromen opgelucht kunt zijn dat het slechts een droom was. Het feit dat er (meestal) geen reële interactie met de buitenwereld heeft plaatsgevonden, lijkt het belangrijkste criterium te zijn om vast te stellen dat het om een droom ging. De uitzondering is natuurlijk het slaapwandelen, tijdens welke er wel degelijk acties kunnen worden uitgevoerd. Maar hoe vervelend de gevolgen van die acties ook zijn, de herinnering aan de droom is gemankeerd: er zijn incongruenties, onzekerheden en discontinuïteiten.


De bekendste droompsycholoog is zonder meer Sigmund Freud (1856-1939). Volgens hem wordt de inhoud van een droom bepaald door herinneringen uit de waaktoestand, aangevuld met signalen uit ons onderbewustzijn. Door de droom verwerken we onze onvervulde wensen, angsten en verlangens. Carl Gustav Jung (1875-1961) breidde de interpretatie van dromen uit door er ook een spirituele dimensie aan toe te voegen. Zo beschreef hij de hypothese van ‘het collectieve onbewuste’, een soort opslagplaats van latente beelden uit het verleden die de mens als soort met zich meedraagt.


Al met al, vind ik de fenomenologie van Husserl en de hypothese van Jung over ‘het collectief onbewuste’, zo gek nog niet. In mijn blog ‘Theory of Everything’ beschreef ik de eonentheorie van Jean-Émile Charon (1920-1998). Alle elektronen verraden als het ware de aanwezigheid van een mini-zwarte-gat, waarin informatie vanaf het ontstaan van het heelal is opgeslagen. Ons lichaam bevat ontzettend veel elektronen met de daaraan gekoppelde eonen. En afhankelijk van waarin deze eonen geparticipeerd hebben (mineralen, planten of organismen), verwerven ze een positie in de hiërarchische piramide van alle eonen die er zijn. Zo is er in elk mens één eon, het zelf-eon, dat vanaf de conceptie ‘de leiding’ heeft en er voor zorgt dat alle eonen gedurende het in leven zijn van de persoon constructief met elkaar samenwerken (zeg maar de dirigent). Sommige functionaliteiten (zoals de ademhaling) of eenheden in het lichaam (zoals de bloedsomloop) kunnen autonoom hun werk doen. Deze worden als het ware geleid door zogenaamde ‘bedrijfsleiders-eonen’. Vooral tijdens de waaktoestand van ieder mens is het belangrijk dat de eonen - met allemaal een verschillende geschiedenis - elkaar niet tegenwerken. Ze dienen allemaal de aanwijzingen van het zelf-eon te volgen. In de slaaptoestand van het individu mag er echter een kakafonie ontstaan waarin alle eonen kunnen aangeven wat op grond van hun afzonderlijke ervaringen (voordat ze van jou deel uit maakten) de beste ontwikkeling zou kunnen zijn. Het onbewuste laat van zich horen. Dit verklaart waarom de beelden tijdens onze dromen vaak heel erg onsamenhangend zijn. Kortom: in waaktoestand verwerven alle eonen dezelfde herinneringen, maar in slaaptoestand uiten ze allemaal hun verschillende ervaringen met als doel om naast jouw levensopdracht ook nog enkele andere ‘quick wins’ te realiseren. Natuurlijk is dit vooralsnog slechts een hypothese, die Charon overigens wel theoretisch onderbouwd heeft met een kwantum fysische afleiding, maar wie weet ...

46 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven

Moraliteit

Scheiding