Verstrengeling

In welke mate zijn mensen autonoom? Vanuit mijn theorie over ‘vibes’ denk ik dat we altijd in verbinding staan met anderen. De ‘vibes’ met anderen bevestigen ons bestaan en geven betekenis aan ons leven. Dat neemt niet weg dat bij het interfereren van jouw ‘vibes’ met die van anderen, ook van alles mis kan gaan. Voer voor psychologen, maar laat ik één ‘disorder’ noemen: emotionele verstrengeling. In dat geval gaan twee mensen te sterk in elkaar op, waardoor de gezonde balans tussen afstand en nabijheid, individualiteit en verbondenheid, verstoord raakt. De betrokken individuen worden emotioneel afhankelijk van elkaar. Ze projecteren hun eigen behoeften en verlangens op de ander. Aanvankelijk voelt dat misschien goed, maar uiteindelijk werkt het benauwend. En als één van de twee op een gegeven moment onvoldoende bewegingsruimte ervaart, kan de bom zomaar ineens barsten. Emotionele verstrengeling is vooral een valkuil voor hoog sensitieve personen.


Maar in de wereld van het kleine, blijkt verstrengeling een onmiskenbaar fenomeen te zijn. In de kwantumwereld doen zich overigens veel vreemde dingen voor. Alle ontdekkingen op dit niveau van de werkelijkheid beïnvloeden ontegenzeggelijk onze visie op het bestaan. Maar waar te beginnen? In de kwantumwereld is het bijvoorbeeld niet te zeggen of iets (bijvoorbeeld een elektron) een deeltje of een golf is. Dat heeft ertoe geleid dat natuurkundigen het ‘iets’ met een abstracte (lees wiskundige) vergelijking zijn gaan omschrijven. Die vergelijking wordt de golffunctie genoemd. Het kwadraat van die functie geeft de kans aan om het ‘iets’ op een bepaalde plaats aan te treffen, maar de werkelijke manifestatie treedt pas op als er een waarneming wordt verricht. Formeel wordt dan gesproken over het ineenstorten van de golffunctie. Het aanvankelijk vage kwantumobject toont zich aan de waarnemer. Met deze kans-beschrijving van de werkelijkheid, begon de twijfel bij Einstein over de juistheid van de kwantumfysica. Hij uitte deze twijfel in zijn bekende uitspraak: God dobbelt niet. Ik geef toe dat het allemaal lastig voor te stellen is, maar het wordt straks nog spannender. Dus blijf nog even doorlezen.


Twee (of meerdere) deeltjes die ontstaan zijn bij het uiteenvallen van één oorspronkelijk deeltje, zijn te beschrijven in één golffunctie. Die golffunctie is de superpositie (ofwel de optelsom) van alle mogelijke toestanden van de deeltjes. Zodra er door een waarnemer een meting wordt verricht, stort de golffunctie ineen. Door de ontdekte kwantumwetmatigheden is daardoor instantaan (ofwel onmiddellijk) de waarde van dezelfde grootheid bij het andere deeltje bekend, ook al is dat andere deeltje mijlen ver weg. Inmiddels bevestigen metingen, dat dit overduidelijk een eigenschap is van de natuur zelf. Einstein overleed in 1955, decennia voordat deze experimenten konden worden uitgevoerd. Hij beschouwde verstrengeling dan ook als een onvolkomenheid van de kwantumfysica, immers: hoe kon informatie sneller dan het licht het andere deeltje bereiken? Voor Einstein bleef het hele idee van verstrengeling een onmogelijke ‘spookachtige werking op afstand’. Hij moest eens weten. Verstrengelde deeltjes zijn met elkaar verbonden op een manier die we niet begrijpen. Maar de ontwikkelde wiskundige berekeningen bevestigen de uitkomsten van allerlei kwantumexperimenten.


De gelovige Nobelprijswinnaar (1999) Gerard ’t Hooft is op grond van de realiteit van kwantumverstrengeling, een pleitbezorger van het zogenaamde superdeterminisme. In den beginne was er immers de oerknal, in feite de oorsprong van alle elementaire deeltjes in het universum. Dat zou kunnen betekenen dat alles in het heelal met elkaar verbonden is door middel van verstrengeling. We zijn slechts een onderdeel binnen dit grote systeem, waarvan we de onderlinge samenhang (nog) onvoldoende kunnen bevroeden om toevallige incidenten volledig uit te sluiten.


Verstrengeling is de onverklaarbare samenhang tussen twee of meerdere deeltjes die in een golffunctie beschreven kan worden. De werking is non-lokaal, dat wil zeggen niet afhankelijk van afstand en zonder duidelijke oorzaak. Het mag dan evident genoemd worden dat er op kwantumniveau geen vastomlijnde objecten bestaan, hoe anders is dit op het niveau van onze dagelijkse waarnemingen, waarbij we duidelijk onderscheidbare objecten aantreffen. Extrapolatie van de kwantumfysica naar de macrorealiteit is derhalve abject te noemen. Maar er is een grensvlak waar de kwantumwereld en de ons vertrouwde macrowereld elkaar treffen. Dat grensvlak is daar waar de kwantumexperimenten door ons worden waargenomen (al dan niet gebruikmakend van meetinstrumenten). Door die experimenten waar te nemen, vindt er een ineenstorting van de golffunctie plaats. En de legitieme vraag die daarbij gesteld mag worden, is: wat is daarbij de rol van ons bewustzijn? Creëert onze waarneming onze persoonlijke wereld? Bestaat de maan wel als er niemand naar kijkt?


De kwantumwereld zou je kunnen beschouwen als het veld van alle mogelijkheden. De plek waar alle mogelijkheidsgolven zich bevinden, heeft vele namen toebedeeld gekregen. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over de Tao, het verenigd veld, de impliciete orde, de vacuümstaat, het nulpuntsenergieveld, het superstring veld en het M-veld. Zolang er geen waarneming heeft plaatsgevonden, heeft het zogenaamde kwantumobject geen bepaalde locatie in ruimte en tijd. Er is alleen potentie. Wiskundig gezien hebben fysici een eenduidig model ontwikkeld dat werkt, maar over de consequenties voor ons wereldbeeld lopen de meningen nogal sterk uiteen. In ieder geval zijn alle natuurkundigen het erover eens, dat kwantumverstrengeling bestaat.

42 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Dromen